Verslag Roundtable Voedsel 28 mei

Op 28 mei vond de tweede roundtable van Worldconnectors in 2018 plaats, rond het thema voedsel. Deze roundtable werd gehouden in Den Haag bij Instock, waar gebruik wordt gemaakt van de reststromen van supermarkten. Na het welkomstwoord door voorzitter Erik Thijs Wedershoven was er tijd voor de introductie van nieuwe leden, zoals onze nieuwe junior coordinator Ilyes Machkor. Daarna gaf Freke van Nimwegen een introductie van het concept achter Instock. 

 

Hierna was het woord aan Frederike Praasterink, die namens Worldconnectors and HAS hogeschool sprak over de verduurzaming van de voedselindustrie in Nederland. Zij gaf aan dat we ons nu vlak voor een kantelpunt bevinden, waar de economische baten van de voedselindustrie op korte termijn kleiner worden dan de kosten op de lange termijn, en waardoor systeeminnovatie cruciaal is.

 

 

Vervolgens was het tijd voor de presentatie “Towards a Dutch SDG Food Roadmap” van Michel Scholte namens True Price. Hij zag door het wegens de hitte geopende raam een “window of opportunity” naar het binnenhof, dat zich tegenover het pand van Instock bevindt. Daar werd tegelijkertijd de nota over ontwikkelingssamenwerking gepresenteerd, waarin veel aandacht is voor het thema voedsel. 

 

 

 

 

 

Hierna werd door Pytrik Reidsma het onderzoek “Targets for Sustainable and Resilient Agriculture (TSARA)” gepresenteerd, een verkenning van doelen en paden voor duurzame landbouw. 

 

Na deze presentaties was er ruimte voor reacties van Marian Geluk, Hans Eenhoorn, Bas Rüter en Inge Kauer.

 

 

 

 

 

 

 

 

In zijn reactie belichtte Hans Eenhoorn in een prachtig betoog de emotionele kant van het voedselvraagstuk.

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fotografie: Fatima Talal

Blog Nathalie Sanglier: “Benut vrouwelijk talent”

Een actueel maatschappelijk en politiek thema waar ik mij echt zorgen over maak, is de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in de wereld en met name in de top van het bedrijfsleven en de politiek. Vorig jaar november werd bekend dat Nederland van plaats 16 naar plaats 32 is gezakt op de jaarlijkse ranglijst van het World Economic Forum. Dit betekent dat het slechter gaat met de gelijkheid in ons land. Vorige maand zei minister Van Engelshoven (Emancipatie) dat ondernemers en overheid extra inspanningen gaan leveren om het aantal vrouwen in de top versneld te verhogen. Hier ben ik heel erg blij mee, want ondanks het wettelijk streefcijfer van 30% en de maatschappelijke roep om meer vrouwen aan de top blijft het aandeel van vrouwen in bestuursfuncties laag. Maar waarom zijn vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd in de politiek en waarom hebben we nog nooit een vrouwelijke premier gehad? Ik denk dat het aanwezige talent onder vrouwen op dit moment onvoldoende wordt benut. We zien dat vrouwen eerder afstuderen en met hogere cijfers, maar dat ze later moeite krijgen om zorgtaken met hun werk te combineren.

Als voorzitter van TopFem zet ik mij in voor de ontwikkeling van jong vrouwelijk talent. Onze filosofie is gebaseerd op vijf kernprincipes: ambitie, empowerment, netwerk, mentorschap en leiderschapsontwikkeling. TopFem wil graag ambitieuze jonge vrouwen verbinden, versterken en begeleiden. Dit doen we door het aanbieden van twee programma’s: het Mentor&Network Programme en het Leadership Programme. Daarnaast organiseren we elke maand een netwerkevent in de vorm van een workshop of lezing. We bieden onze deelnemers een platform om te netwerken met peers, in contact te komen met interessante organisaties/bedrijven en hun potentieel te ontwikkelen. We leggen ze ook uit dat het kan: een topfunctie en een gezin, zolang je maar goede afspraken maakt met je partner en met jezelf.

Vanuit mijn werk voor TopFem merk ik dat veel bedrijven en organisaties graag in contact komen met onze ambitieuze studentes en young professionals en hun naam als werkgever voor vrouwelijk toptalent willen promoten. En dit is heel slim want meer diversiteit, andere gedachten en nieuwe invalshoeken helpen enorm bij het vinden van antwoorden op de uitdagingen van vandaag. Om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen te vergroten, is het van belang dat we, zoals met zoveel zaken, samenwerken: de overheid, kennisinstellingen en het bedrijfsleven, mannen en vrouwen, jong en oud. Wat we vooral nodig hebben zijn rolmodellen die jonge ambitieuze vrouwen kunnen inspireren.

Vrouwelijk leiderschap, diversiteit en de empowerment van vrouwen zijn zaken waarvoor ik in actie kom en waaraan ik mij wil blijven committeren. Dat het talent aanwezig is, staat buiten kijf en daar word ik gelukkig elke dag weer aan herinnerd.

Blog Anne van Groningen: “De onzichtbare ingrediënten van de plasticsoep”

Microplastics: kleine stukjes plastics die je met het blote oog bijna niet kunt zien. Ze zitten in je tandpasta, make-up, schoonmaakmiddelen én in je verse stukje vis. Vaak onzichtbaar, maar niet ongevaarlijk. Alleen weten we nog maar heel weinig over de effecten van microplastics op het ecosysteem en onze eigen gezondheid. Het is tijd dat daar verandering in komt.

De beelden van de plasticsoep kennen van allemaal wel: een enorm gebied in de Stille Oceaan, naar schatting vele malen groter dan Nederland, waar miljarden tonnen plastic en ander afval ronddrijft. De Delfste student Boyan Slat, oprichter van The Ocean Cleunup, werd wereldnieuws met zijn methode om het drijvende afval op te vangen door gebruik te maken van de natuurlijke stroming in de zee. Dit jaar gaat het eerste systeem het water in, en kan een begin worden gemaakt met het opruimen van de plasticsoep.

Die plasticsoep is niet zomaar ontstaan. Sinds de jaren 50 zijn we met zijn allen grootverbruiker van kunststoffen. Plastic heeft alleen één vervelende en vrij hardnekkige eigenschap: het is amper biologisch afbreekbaar. Dat betekent dat het eerste plastic afval dat in de jaren 50 werd geproduceerd, zich nog steeds ergens in ons ecosysteem bevindt. En daar komt alleen maar meer afval bij: de verwachting is dat onze plasticproductie over twintig jaar is verdubbeld.

Steeds meer mensen en bedrijven zijn zich bewust van plasticprobleem en komen met initiatieven om de plasticproductie en -consumptie te verminderen en het bestaande plastic zoveel mogelijk te recyclen of op te ruimen. Het initiatief van Slat is daar een voorbeeld van. Alleen het is maar een deel van het verhaal. De methode van Slat richt zich vooral op de grote stukken plastic die in de oceaan ronddrijven, zoals visnetten en boeien. Die zijn het makkelijkst te vangen, en voorkomen dat het plastic met de tijd uiteenvalt in kleinere, en veel schadelijkere stukjes plastic: microplastics. En die kleine deeltjes, daar moeten we iets mee.

In de mondiale plasticboekhouding zit namelijk een gat. Een groot gat. Slechts 0,1% van de wereldwijde jaarlijkse plasticproductie wordt teruggevonden in de oceanen. Het grootste deel van ons plastic is dus simpelweg zoek. Wetenschappers weten inmiddels dat plastic na verloop van tijd uiteen valt in (microscopische) kleine deeltjes, die met vroegere meetmethoden over het hoofd werden gezien. Deze zelfde wetenschappers noemen de microplastics een tikkende tijdbom.

Toch is er nog maar weinig aandacht voor de gevaren en risico’s van microplastics. Terwijl de plastic deeltjes zitten in het water dat we drinken, de lucht die we inademen en ook in de vis die we eten. Veel dieren zien de microplastics aan voor voedsel. Zo komen de microplastics in ons voedselsysteem terecht, en uiteindelijk ook in ons lichaam. En dat kan schadelijk zijn, want de deeltjes bevatten vaak giftige stoffen die uit het plastic vrijkomen.

Er moet nog veel onderzoek worden gedaan naar de risico’s van microplastics. Wat definiëren we precies als microplastics? En wat zijn de gevolgen hiervan op het milieu en onze gezondheid, op korte en lange termijn? In december 2016 schreef de Gezondheidsraad een briefadvies aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over de gezondheidsrisico’s van microplastics in het milieu. De urgentie begint langzaam aan te ontstaan, maar het is nog niet genoeg.

Want voor veel consumenten blijft het een ver-van-mijn-bed show, mezelf incluis. Ik scheid mijn plastic afval, breng statiegeldflessen braaf terug naar de supermarkt en weiger steevast om te betalen voor flesjes water. Allemaal dingen die ik zal blijven doen, maar ondertussen ben ik me er sterk van bewust geworden dat het plasticprobleem groter is dan wat er voor het blote oog zichtbaar is. We zien nu maar een topje van de wereldwijde ijsberg, die we de komende tijd samen moeten gaan blootleggen.

Anne van Groningen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verslag Round Table Circulaire Economie 22 februari

Donderdag 22 februari heeft in het Circulair paviljoen van ABN AMRO de eerste Round Table van Worldconnectors in 2018 plaatsgevonden. Het thema van deze Round Table was, geheel in overeenstemming met de locatie, circulaire economie. Daarnaast stond de Round Table in het teken van het overlijden van Ruud Lubbers, erelid van Worldconnectors.

 

 

 

Na het welkom aan de aanwezige leden en externen, door Worldconnectors voorzitter Erik Thijs Wedershoven, hebben we door middel van enkele ‘in memoriam’ beelden stil gestaan bij het overlijden van Ruud Lubbers. Daarna was er gelegenheid voor het delen van herinneringen aan hem, waar door de aanwezige Worldconnectors dankbaar gebruik van werd gemaakt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na dit gepaste moment van afscheid was het woord aan Richard Koolos, Worldconnector en CSR manager bij ABN AMRO, die tijdens de Round Table als moderator en facilitator fungeerde. In zijn presentatie werden we onder meer bijgepraat over de circulaire architectuur van het Circulair paviljoen. Aansluitend op deze introductie was het woord aan de eerste spreker van de middag, Louise Vet directeur van NIOO-Knaw.

 

 

 

Louise Vet legde in haar presentatie de nadruk op het belang van de ecologische kringloop voor het juist begrijpen van het concept van circulaire economie. Ze merkte verder op dat we in ons huidige economisch systeem leven van `het kapitaal van de ecologie, in plaats van de rente´. Om dat te veranderen is het nodig dat zowel in beleid als in het bedrijfsleven lessen geleerd worden uit de ecologie, één van de prioriteiten hierbij zou het verdergaand integreren van circulaire economie binnen het top-sectoren beleid kunnen zijn.

 

 

 

 

 

De tweede spreker van de middag, Guido Braam directeur bij C Creators, behandelde met name voorbeelden van circulaire initiatieven binnen het bedrijfsleven. Hij benadrukte dat circulaire economie nu misschien een hype is maar slechts 15% van de mensen en bedrijven doen mee, het is nu van het allergrootste belang om op te schalen en de gehele economie circulair te maken. De prioriteiten liggen daarom bij het meetbaar maken van het concept circulaire economie en de focus op integrale, cross sectorale initiatieven.

 

 

 

Na de pauze was het de beurt aan de derde spreker van de middag, Roland Kupers oprichter van Roland Kupers Consultancy en schrijver van het boek ´Complexity and the art of public policy´. Het doel van deze derde presentatie was om enkele kanttekeningen te maken bij het concept circulaire economie, dit leidde tot enkele interessante inzichten wat betreft innovatie en hoe dit te bewerkstelligen. Eén van deze inzichten is de ´path dependency´ van innovatie en de daaruit voortvloeiende problematiek om te innoveren binnen de context van onze huidige bedrijven en systemen.

Naar aanleiding van de drie presentaties, met ieder een andere invalshoek richting de circulaire economie, namen we tot slot ruim de gelegenheid voor vragen en discussie. Eén van de thema´s die hierbij uitgebreid aan bod kwam is de potentie van het publieke en het private domein om innovatie vorm te geven en de circulaire economie naar een hoger plan te tillen. Om de brug te slaan tussen horizon één en horizon drie innovaties zijn vooral goede feedback loops van groot belang.

Aansluitend aan deze discussie was er een borrel en diner om het gehoorde nader te bespreken. Als Worldconnectors kijken we terug op een geslaagde bijeenkomst boordevol inspiratie.

Blog Ankie Petersen: “Ontwerpen voor de inclusieve stad”

Met duurzame stedelijke ontwikkeling denken we vaak aan milieumaatregelen. Steden moeten gezonde leefomgevingen zijn met een schone lucht, bij voorkeur minder auto’s en in de toekomst misschien wel CO2 neutraal. De duurzame stad gaat echter verder dan dat. Kijkend bijvoorbeeld naar de targets van SDG11: Sustainable Cities & Communities zijn er diverse punten te onderscheiden die enkel realiseerbaar zijn met een gezonde focus op de menselijke maat en de leefbaarheid van de stad, gezien vanuit sociaaleconomisch en sociaal-cultureel perspectief. De duurzame stad is ook een stad voor iedereen, ongeacht culturele achtergrond of sociale status. Inclusief.

De inclusiviteit van de stad heeft mijns inziens te maken met twee dingen: de toegankelijkheid van de stad voor iedereen, en de mogelijkheid tot zeggenschap over wat er in de stad gebeurt. Deze twee houden staan in nauw verband met elkaar. Ik zal het toelichten met een actueel voorbeeld:

De toegankelijkheid van de openbare ruimte, met name voor vrouwen, stond verleden jaar ter discussie toen een studente een boete aanvocht voor wildplassen. In haar ogen was de boete oneerlijk omdat vrouwen op bepaalde tijden van de dag nergens terecht kunnen om hun behoefte te doen. De rechter reageerde niet al te begripvol, en liet de studente de boete alsnog betalen. De studente had echter wel degelijk een punt: in heel het centrum van Amsterdam waren slechts 3 openbare toiletten te bekennen, op 45 urinoirs voor mannen. Eerlijk? Niet bepaald.

De beschikbaarheid van een openbaar toilet klinkt misschien als een marginaal onderwerp binnen stedelijk ontwerp. Pas als je zelf er actief mee te maken krijgt ervaar je het ongemak van een dergelijke ongelijke beschikbaarheid. Niet alleen vrouwen, maar ook ouderen van dagen of mensen met buik- of plasproblemen lopen hier tegenaan. Van die laatste categorie zijn er maar liefst 3,5 miljoen in heel Nederland, en het tekort aan openbare toiletten door heel het land weerhoudt deze mensen ervan naar buiten te gaan. Niet voor niets is er de afgelopen jaren een HogeNood app ontwikkeld voor precies deze doelgroepen, die mensen uitnodigt om extra toiletten ter beschikking te stellen bij mensen thuis. Maar is het niet ook mogelijk dit probleem binnen het domein van stedelijk ontwerp op te lossen?

Kijkend naar de geschiedenis van stedenbouw in Nederland is het gebrek aan plasvoorzieningen voor vrouwen en andere minderheden in de openbare ruimte niet verwonderlijk. Hoe onze steden en openbare ruimtes eruit moesten zien is voor een lange tijd namelijk bepaald vanaf de tekentafel, door een erg homogene groep en vanuit een homogeen perspectief. Voor een lange tijd waren vrouwen simpelweg niet of marginaal vertegenwoordigd in de beroepenvelden die te maken hebben met stedelijke ontwikkeling of ontwerp. Gelukkig kunnen huidige trends binnen het stadmaken – denk aan placemaking, social design en bottom-up ontwerp – een positieve bijdrage leveren aan deze vertegenwoordiging. Doordat gemeentes vaker in gesprek gaan met gebruikers en bewoners ontstaan er betere en toegankelijkere plekken voor iedereen, en kan er worden ontworpen vanuit diversere perspectieven.

Duurzame stedelijke ontwikkeling wordt vaak benaderd als een technisch onderwerp en een niche voor de specialisten van vanouds; planologen, geografen, architecten en bestuurders. Met de snelle wereldwijde urbanisatie die ervoor heeft gezorgd dat meer dan de helft van de wereldbevolking in steden woont, is het tijd dat het domein van duurzame stedelijke ontwikkeling wordt opengebroken en verplaatst naar het algemene debat over de manier waarop wij als maatschappij willen leven, nu en in de toekomst. Inclusiviteit, waaronder toegankelijkheid en zeggenschap, zijn hier belangrijke onderdelen van.

Ankie Petersen

 

Blog Rixt Harmsen: “A Shared Future”

Afgelopen januari vond tussen de besneeuwde bergtoppen van Davos de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum plaats. De slogan van de conferentie luidde: Creating a Shared Future in a Fractured World. Vier dagen lang spraken regeringsleiders, captains of industry en deskundigen op allerlei vakgebieden over manieren om een betere wereld dichterbij te brengen.

Deze discussies zijn natuurlijk belangrijk. Tegelijkertijd krijgt wie Davos via krant, televisie of internet volgt niet het gevoel dat de oplossingen voor de problemen van onze tijd binnen handbereik zijn. De uitdagingen waar onze planeet voor staat zijn zó groot en zó complex, dat je je als gewone burger afvraagt wat jij nou concreet kunt bijdragen aan die betere wereld.

Toch geloof ik dat het niet ingewikkeld hoeft te zijn. Om deze reden heb ik in november 2017 deelgenomen aan de Cycle for Plan Nicaragua. Dit hield in dat ik, samen met 13 anderen, 8 dagen heb gefietst door de bergen van Nicaragua. Voorafgaand moest iedere deelnemer geld inzamelen dat wordt gebruikt om projecten te ondersteunen die een betere toekomst voor kinderen in Nicaragua bewerkstelligen. Wanneer je van 7 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds fietst kom je op nogal wat plekken. Bij het fietsen door de onder ontwikkelde dorpen werd ik geconfronteerd met de keihard realiteit; er zijn nog bergen werk te verzetten en dat gaat 550 kilometer fietsen niet direct oplossen.

Natuurlijk zijn de kinderen die ik in Nicaragua heb ontmoet, geholpen met onze bijdragen. Toch is dit misschien niet eens het belangrijkste resultaat van mijn geploeter door de bergen. Elke gedoneerde euro vervult niet alleen een financiële, maar ook een psychologische rol. Want niet alleen tijdens mijn reis, maar ook al bij het fondsenwerven heb ik met mensen in mijn omgeving gesproken over dezelfde grote thema’s waar wereldleiders zich in Davos het hoofd over gebroken hebben.

Daarmee heb ik in mijn directe kring niet alleen het bewustzijn over ontwikkelingsvraagstukken vergroot, ik heb mensen ook geïnspireerd om iets te gaan doen: bijdragen aan mijn fietsavontuur, zelf een actie op poten zetten of kleine maar concrete veranderingen doorvoeren in hun levensstijl en gewoonten. Inspireren tot doen en tot verandering in gedrag; is dat niet de eerste stap naar een betere wereld?

Onderschat daarom niet de kracht en het nut van de individu; zo blijkt dat een fiets, een internetverbinding en een dosis bevlogenheid volstaan om betekenisvolle impact te hebben. Je hoeft dus niet de baas te zijn over een land of multinational om je steentje te kunnen bijdragen. Alle beetjes helpen.

Dus zie je kleine stapjes niet als druppels op de gloeiende plaat, het zijn de sneeuwvlokken die samen de sneeuwbal van de vooruitgang vormen.

Rixt Harmsen