De relevantie van duurzame ontwikkeling en de SDG’s voor het bedrijfsleven

Dit artikel werd door Jan-Willem van den Braak geschreven voor de Worldconnectors website naar aanleiding van de VNO-NCW publicatie “Global Challenges, Dutch Solutions” die verscheen in oktober 2017. Een link naar deze publicatie kunt u onderaan dit artikel vinden.

MVO en duurzame ontwikkeling

In de jaren zeventig was er politiek het streven naar een centraal gestuurde  ‘vermaatschappelijking van de onderneming’. De christelijke werkgevers (NCW) zetten daar toen het concept van ‘de verantwoordelijke onderneming’ tegenover, gebaseerd op christelijk-sociale waarden: met ruimte dus voor alle betrokkenen bij de onderneming en met oog voor de maatschappelijk de dimensie van het ondernemen.

Toen het planmatige denken definitief passé was,  ontstond het concept van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ (MVO), zoals uitgewerkt in het SER-advies De winst van waarden (2000). In de nieuwe eeuw werd daaraan ook expliciet de internationale dimensie (IMVO) toegevoegd, zowel ten aanzien van het milieu als van mensenrechten en decent work in de productieketens. De SER startte in 2008 het IMVO-project, dat tot op de dag van vandaag doorloopt. Noties in dit verband werden ook toenemend vastgelegd in internationale documenten, waaraan ook het Nederlandse bedrijfsleven zich gecommitteerd heeft, zoals de betreffende OESO-richtlijnen en de VN-richtlijnen voor multinationale ondernemingen uit 2012.

En de jaarlijkse VNO-NCW-Bilderbergconferenties van 2008-2011 waren expliciet gewijd aan facetten van globalisering en duurzaamheid: eerst over ‘Duurzame globalisering’, het jaar daarna over ‘Duurzaam herstel’, dan  over ‘Duurzaam succes’ en tenslotte over ‘Nieuwe verantwoordelijkheden’. Uit het (I) MVO-concept ontstond rond die jaren als vanzelf het concept van duurzaam ondernemen. VNO-NCW gaf in 2012 zijn integrale visie in een uitgebreide nota Onze gemeenschappelijke toekomst; integrale visie op duurzame ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemen, waarvan de slotzin[1] luidde:

De duurzaamheidstrein maakt steeds meer snelheid. Hij wordt ook langer, voor steeds meer wereldburgers is er plaats. (…) Het gemeenschappelijke doel is het bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van de samenleving met als uitgangspunt de menselijke waardigheid. Dat is onze gemeenschappelijke toekomst

VNO-NCW/MKB-NL 2012

VNO-NCW/EUR 2016

Bedrijfsethiek

Al eind jaren tachtig was bedrijfsethiek opgekomen als nieuwe wetenschap met Henk van Luik als eerste bekleder van een leerstoel aan nota bene de businessschool Nyenrode. Daarover werd in eerste instantie in VNO-kring nogal eens wat lacherig  gedaan maar Van Luik wist het vak door een stroom aan publicaties, lezingen en conferenties steeds meer aanzien te geven. De SER schreef ook al in zijn oeradvies over MVO (pagina 30-31): ‘De persoonlijke ethiek van een ondernemer … kan ook een diepere behoefte aan zingeving, aan spiritualiteit weerspiegelen’.

De bedrijfsethiek leek in de nieuwe eeuw steeds meer op te gaan in of althans overschaduwd te worden door het concept MVO/duurzaamheid. Maar het lijkt weer terug te komen als zelfstandige invalshoek in het MVO-debat, met name als de vraag naar de persoonlijke ethische verantwoordelijkheid van de leider.

VNO-NCW is sinds 2011 mede-organisator en –financier van de jaarlijkse Henk van Luiklezing en in oktober 2016  werd samen met de EUR de nota Leiderschapin ethiek gepubliceerd. En begin 2017 startte het Platform Integriteit & Bedrijfsethiek, gevestigd op het SBI-Landgoed Zonheuvel in Doorn.

Next level

De doelstellingen van de VN-Klimaatconferentie van Parijs van eind 2015 zijn leidinggevend geworden voor zowel de Nederlandse overheid  als voor het bedrijfsleven, in het besef dat een duurzame en uiteindelijk dus circulaire economie slechts gerealiseerd kan worden door intensieve verbinding tussen de innovatieve kracht van bedrijven en de faciliërende mogelijkheden, financieel en regeltechnisch, van de overheid. En gepaard daaraan is er het besef dat duurzaamheid ook een sociale dimensie heeft: arbeid moet niet alleen voor het milieu maar ook voor de degene die de arbeid verricht versterkend zijn: het is in feite het concept van employability dat al in de jaren negentig opkwam.

In juni 2016 lanceerde VNO-NCW zijn meerjarig programma NL Next Level: een nieuw perspectief voor Nederland. Een analytisch en kwantitatief uitvoerig onderbouwd pleidooi voor een meerjarig en consistent investeringsprogramma van bedrijven én overheid, gericht op welvaart, duurzaamheid en welzijn voor iedereen, waarbij groei en geld geen doel maar middel zijn:

Ons Next Level programma heeft een hogere ambitie dan het realiseren van louter meer economische groei. Groei is ook geen doel op zich, maar een middel om de samenleving te verbeteren. (…) Een welvarender samenleving neemt ook gemakkelijker afscheid van ziekmakende intolerantie en xenofobie. Welvaart kan heel goed breed gedeeld worden met kansen voor een ieder, zoals bij uitstek Nederland heeft laten zien. Welvaart kan ook alleen maar duurzaam zijn. Wij zijn van mening dat Nederland een leidende positie moet ambiëren in de combinatie van welvaart, duurzaamheid en inclusiviteit (kansen voor iedereen).

De SDGs

Eind 2015 stelden de Verenigde Naties zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s) vast, een unieke wereldagenda voor het beleid op alle niveaus, ook nationaal.

In oktober 2017 publiceerden VNO-NCW en  Global Compact Nederland een uitgebreide nota onder de titel Agenda 2030 over de betekenis van de voor het bedrijfsleven relevante SDG-doelstellingen.

De inherent maatschappelijke functie c.q. doelstelling van het ondernemen leidt ook tot de noodzaak om met meer stakeholders in de maatschappij dan ooit samen te werken. De polder met zijn tripartite samenspel van overheid en sociale partners was overzichtelijk in vergelijking met het complexe multipartite overleg van de postpolder anno 2018, waarbij er dus vele spelers zijn en de opstellingen telkens wisselen.Partnerschappen vormen niet toevallig ook de laatste SDG-doelstelling. En ook de VNO-NCW-Bilderbergconferentie 2012 was niet toevallig gewijd aan het thema ‘Vitale Verbinding’ en die van 2013 aan ‘Vernieuwende partnerschappen’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Overzicht netwerken VNO-NCW op het terrein van MVO/duurzaamheid (niet-limitatief)

  • samenwerking met MVO Nederland/De Groene Zaak
  • secretariaat Nederlands netwerk van Global Compact
  • lidmaatschap SER-Commissie IMVO
  • regelmatig overleg met MVO Platform (koepel van 40 ngo’s)
  • regelmatig overleg met Raad van Kerken
  • op verduurzamingsterrein in brede zin: Stichting Natuur&Milieu en Initiatief Duurzame Handel; lidmaatschap Dutch Sustainable Growth Initiative (2012); Platform Biodiversiteit & Bedrijfsleven met IUCN-NL, Springtijforum op Terschelling (de ‘groene Bilderberg’), Earth Charter Nederland
  • op OS-terrein overleg met PARTOS (koepel van 100 ngo’s)
  • op juridisch terrein met World Legal Forum (WLF)
  • migratie: The Hague Process for refugees and migration (THP)
  • corruptiebestrijding: Transparency International
  • zingeving/bezinning/ethiek: Bureau InnerSense, expertisecentrum SOCIRES, conferentie- en bezinningsoord SBI, managementcentrum De Baak, mede-organisator jaarlijkse Henk van Luik-lezing
  • Curatorium en een Klankbordgroep levensbeschouwing & ondernemen met ook externe relaties; jaarlijkse VNO-NCW-Bilderbergconferentie; publicaties, symposia en kwartaalbijeenkomsten (‘Broodje B’) met externe relaties
  • bestuurslidmaatschap Stichting Christelijk-sociaal Congres

Dit alles maakt helder dat noties als gespreide verantwoordelijkheid, inclusiviteit en rentmeesterschap in de vorm van  MVO c.q.  duurzaam ondernemen ook de kern van het vrije ondernemerschap bereiken.

[1]Onze gemeenschappelijke toekomst; integrale visie op duurzame ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemen (2012) (met Engelse samenvatting). Op eigen titel schreef ik over het gedachtegoed van die nota Op onze gemeenschappelijke toekomst; dansend op weg naar Rio (in: Hardjono & Markus (red.), ‘Perspectieven op MVO.NL; MVO in turbulente tijden’; 2012.


Lees hier de volledige publicatie van VNO-NCW

Naema Tahir: “In Nederland überintegreerde ik. Toch heb ik in Pakistan een brok in de keel”

Als u deze column leest, ben ik net aangeland in mijn oude vaderland, Pakistan. Ik ben er op bezoek. Het is niet zomaar een bezoek. Het is een emotioneel weerzien met mijn familie die ik erg lang niet heb gezien, zo lang dat ik het simpelweg niet aan het papier durf toe te vertrouwen. Ik was voor het laatst in Pakistan, ook best lang geleden, in 2006, voor een zakelijke reis. Enkele jaren ervoor was ik in India, om dezelfde redenen. Ik deed research voor een boek dat ik op dat moment aan het schrijven was.

Verder bezocht ik Pakistan niet. Ja, ik heb er familie wonen, een grootfamilie van honderden leden. Maar langzaam raak je vervreemd van die grootfamilie. Bovendien, mijn directe familie, die is hier, in Nederland. Mijn ouders, mijn broers en zussen, hun echtgenoten, hun kinderen, dat is mijn familie en aan die familie ben ik zeer gehecht.

Met de familie in Pakistan kreeg ik steeds minder. Ik had mijn leven in Nederland en ik geloofde lang dat het beter was om je te richten op het land waar je woonde. Om hier wortel te schieten. Ooit zei de Britse acteur met Zuid-Aziatische achtergrond Art Malik, dat het geen zin heeft om je wortels te gaan zoeken. Ze zijn waar je woont. Dat is bij mij op de een of andere manier stevig blijven hangen.

Antoine de Saint-Exupéry spreekt in ‘De Kleine Prins’ ook over wortels. ‘De mensen hebben geen wortels, en daar hebben ze veel last van.’ Die woorden haal ik, meer dan wat ook, aan in mijn boeken. Ik wilde die last niet. Dus schoot ik zo diep mogelijk wortels in Nederland. Ik integreerde niet alleen, ik überintegreerde.

Dat had een reden. Voor mijn zestiende jaar was ik namelijk vijf keer heen en weer gemigreerd tussen drie verschillende landen. Na mijn geboorte in Engeland migreerde ik net twee maanden oud met mijn moeder naar Pakistan, om op tweejarige leeftijd weer terug te keren naar Engeland. Op tienjarige leeftijd migreerde ons gezin naar Nederland, op veertienjarige leeftijd remigreerden we naar Pakistan en op mijn vijftiende remigreerden we weer naar Nederland. Niet als diplomatenkind dat, waar het ook naartoe verhuist, steeds in min of meer dezelfde expatsetting terechtkomt, maar als gewoon kind uit een gewoon gezin, dat steeds opnieuw een volledige cultuurshock meemaakt.

Ik heb me als gevolg van dit nomadenleven heel lang nergens thuisgevoeld, op het droevige af. En op een goeie dag besloot ik dat ik dat niet wilde. Dat ik moest kiezen voor Nederland. Dat betekende ook gevoelsmatig afstand nemen van Pakistan en mijn grootfamilie daar. “Ik heb daar toch geen wortels meer?”, zei ik tegen mezelf. “Ik ben een westerling die er niet meer hoort.”

Toch heb ik in de aanloop naar mijn reis naar Pakistan al dagenlang, nee wekenlang een brok in de keel. Ik verheug me er enorm op mijn familie eindelijk weer te zien.

Ik heb 30 kilo aan cadeautjes voor ze gekocht. Ik heb streng gelijnd zodat ik er blakend gezond zal uitzien voor ze. Kennelijk heb ik veel minder afstand genomen van mijn oosterse wortels dan ik me lang verbeeld heb.

Deze column is op 21 december 2017 verschenen op de website van Trouw.

Jan-Willem van den Braak: “Een Historisch Weekje”

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Tijdschrift Zeggenschap, 2017-4.

Op 24 november werd het befaamde Akkoord van Wassenaar gesloten. Volgens Worldconnector Jan-Willem van den Braak, die het hele proces namens VNO van nabij heeft meegemaakt, hebben VNO-voorzitter Chris van Veen en FNV-Voorzitter Wim Kok hiermee de basis voor het poldermodel gelegd.

Begin 1982 was net het kabinet-Van Agt/Den Uyl/Terlouw aangetreden, dat vanaf de eerste dag onmachtig bleek te zijn om draagvlak te ontwikkelen voor een economisch herstelbeleid, ondanks een negatieve economische groei, onbeheersbare overheidsfinanciën en een pijlsnel stijgende werkloosheid. Twee jaar eerder hadden de sociale partners een akkoord gesloten, dat moest bijdragen aan loonmatiging, maar dat was vervolgens afgeschoten door de FNV.  FNV-Voorzitter Kok zou later zeggen dat dit helaas nog eens drie verloren jaren had opgeleverd en dat konden wij onder aanvoering van onze voorzitter Chris van Veen alleen maar onderschrijven. De onmacht was die jaren aan de macht. Zelf was ik als jong secretaris arbeidsvoorwaardenbeleid van VNO intern betrokken bij deze ontwikkelingen, begin 1980 mocht ik voor het eerst een centraal tripartite overleg van de Stichting van de Arbeid met het kabinet-Van Agt I bijwonen – maar dan wel alleen om nog de volgende dag een verslag daarvan voor de werkgeversachterban te schrijven en ervoor te zorgen n dat dit nog diezelfde dag gestencilled en per expressepost verzonden werd.

Onbehoorlijke manoeuvre

In mei 1982 viel het totaal mislukte kabinet en trad een interimkabinet-Van Agt III aan, dat begin november werd opgevolgd door het kabinet-Lubbers van CDA en VVD. Zou de ban nu toch gebroken worden? Het kondigde in zijn regeringsverklaring een ‘adempauze’ aan voor 1983, een eufemisme voor de zoveelste loonmaatregel sinds de jaren ’70, die de nekslag voor de in 1970 doorgevoerde vrije loonvorming zou betekenen – en daarmee ook het failliet van sociale partners. Op woensdag 17 november was er het gebruikelijke eerste centraal overleg met het nieuwe kabinet, waarvan Jan de Koning (CDA) minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid was. Ik was daar die keer niet bij, maar na afloop kwam mijn (pas twee weken eerder aangetreden) directeur Ad Dortland vertellen dat ‘er weer eens niets gebeurd was maar dat FNV-voorzitter Kok in de conferentie na afloop Van Veen had uitgedaagd om toch verder te overleggen’. Hij vond het maar een rare, zo niet onbehoorlijke manoeuvre van Kok, vermoedelijk om Van Veen openlijk de ‘zwarte piet’ toe te spelen.

Contouren van een akkoord

Maar toen ontrolde zich wat een historisch weekje voor de arbeidsverhoudingen zou blijken. Het begon met een telefoontje van Van Veen veel later die dag aan Ad Dortland vanaf een onbekende plaats, waarschijnlijk zijn woonhuis in Wassenaar. Ik zat net op Ads kamer en mocht meeluisteren hoe Van Veen de contouren van een nieuw akkoord schetste, dat hij blijkbaar met Kok had uitgedacht, zoveel was wel duidelijk. Belangrijk kernpunt was dat op een of andere manier de vermaledijde automatische prijscompensatie (de ‘apc’, een vast CAO-bestanddeel sinds de jaren ’60, dat werkgevers in 1976 al eens tevergeefs hadden trachten te elimineren) zou worden ‘ingeleverd’ voor arbeidstijdverkorting, ook welhaast een vloek in onze kring. Ik schreef driftig op wat ik hoorde en bood Ad aan dit nog diezelfde dag verder uit te werken tot een concepttekst voor een akkoord. Ik voelde wel waar Van Veen naartoe wou en hoe dit als formele aanbeveling opgeschreven zou kunnen worden. Ad vond het goed en we spraken af dat ik me direct zou terugtrekken in het dichtbij ons kantoor gelegen Sofitel, waar ik in alle rust zou kunnen schrijven, eten en overnachten. Want het moest de volgende ochtend vroeg klaar zijn, zijn secretaresse zou al om 8 uur aanwezig zijn om mijn schrijfsels uit te tikken. Dat hotelverblijf onderstreepte het gewicht van mijn missie, zo voelde het. En het lukte allemaal, kort na middernacht kon ik naar bed en de volgende ochtend om 9 uur werd het concept, na een paraaf van Ad, doorgestuurd aan onze voorzitter, die het met enig aanpassen ook kon onderschrijven.

Globale overeenstemming

Het stramien lag daarmee vast en werd de dagen daarna ook niet meer wezenlijk veranderd, in de vorm van een aanbeveling aan CAO-partijen:

  • In het CAO-overleg staat de automatische prijscompensatie ter discussie ten behoeve van rendementsherstel;
  • Dit op kostenneutrale wijze in samenhang met allerlei vormen van ‘herverdeling van arbeid’ (jaarlijkse of wekelijkse arbeidsduurverkorting, vut en deeltijdarbeid) en speciale aandacht voor bestrijding van jeugdwerkloosheid.

Zo verbijsterend simpel was het en bleef het. De beladen vakbondsterm ATV (arbeidstijdverkorting) hadden we daarbij vervangen door ADV (arbeidsduurverkorting), een subtiel maar (voor ons) belangrijk verschil. Partijen spraken in de concepttekst ook uit, zoals onze voorzitter in zijn telefoontje al had gesuggereerd, dat ze hun verschillende gevoelens bleven behouden over het voorgenomen kabinetsbeleid. Want Lubbers had in de regeringsverklaring forse bezuinigingen aangekondigd, ook op de ambtenarensalarissen, en daar voelde de vakbeweging uiteraard niets voor. Onze voorzitter ging met deze tekst op pad voor informeel overleg met Kok, waar en hoe wisten we niet, dat was aan hem. Maar vanaf toen ging het heel hard. Later die dag was er een eerste Stichtingsoverleg, waar naast onze tekst plotseling, althans voor mij maar ongetwijfeld niet voor Van Veen, ook een werknemerstekst op tafel lag. Het spel moest gespeeld worden, maar ik zag al gauw dat de verschillen niet al te groot waren en dat ons stramien grotendeels overgenomen was. Op een soort vanzelfsprekende wijze namen Kok en Van Veen de regie, iedereen voelde dat ze het onderling al eens waren maar niemand  dorst hier zelfs maar op te hinten, laat staan dit subtiele proces te verstoren. Het eindigde in een globale overeenstemming, die vrijdags werd bezegeld in een overleg tussen Kok en zijn secondant Frans Drabbe en Van Veen, vergezeld door Ad Dortland, wederom bij Van Veen thuis in Wassenaar.

Extra bestuursvergadering

Die vrijdagavond en zaterdag ging het conceptakkoord per koerier naar de huisadressen van ons hele Dagelijks Bestuur, vergezeld van de uitnodiging voor een extra bestuursvergadering op maandagochtend. Die bijeenkomst beschreef ik in mijn boek ‘Keerpunt ’82’ uit 2002 als volgt:

‘Ik zit in een hoekje gespannen te luisteren. Het is erop of eronder. De heer Van Veen licht het akkoord kort toe en laat dan iedereen zijn opvatting geven. Het is een gemêleerd beeld, sommigen eigenlijk tegen, anderen voor, nog anderen weten het niet. Er blijkt die zondag een informele vergadering van de Commissie Voorbereiding Arbeidsvoorwaardenbeleid te zijn geweest ‘ergens in het land’ waarvoor het secretariaat niet is uitgenodigd. In die vergadering is sprake geweest van forse kritiek van diverse toonaangevende CAO-onderhandelaars. De tegenstanders menen op eigen kracht een (nog) beter resultaat te kunnen realiseren, namelijk het elimineren van de apc zonder enige compensatie. De voorstanders geloven dat niet meer na alle ellende van de laatste vijf, zes jaar. Dan gaat de heer Van Veen op alle bezwaren in, hij beschrijf minutieus de lange ontstaansgeschiedenis van het akkoord, het gebrek aan alternatieven, de gevolgen van afwijzing. (…) Er is geen speld tussen te krijgen, het is ook duidelijk dat verder onderhandelen niet mogelijk is. Na nog een rondje met veel zinloze vragen en tegenwerpingen, constateert hij vragenderwijs dat hij mandaat krijgt om te tekenen. Niemand spreekt hem tegen, het is zijn finest hour.’ Wat was ik blij dat het bestuur had ingestemd, de tegenstanders hadden van onze voorzitter geen enkele kans gekregen, die moesten hun wonden grommend likken, prachtig.

Voldoende mandaat

Op dinsdag was er weer Stichtingsoverleg, iedereen bleek voldoende mandaat te hebben gekregen. Aansluitend werden in een werkgroepje alle amendementen en amendementjes uitonderhandeld. Onze algemeen directeur Van Vulpen fluisterde me in om ‘vast te houden’, het voelde als een opdracht, ook al besefte ik wel dat we in dit spel concessies zouden moeten doen, als was het maar tekstueel. Het duurde allemaal natuurlijk uren maar echt moeilijk was het niet meer. Kok kwam er na een tijdje even bijzitten om zich bij te laten praten, dat vond ik toch wel bijzonder. Van Veen liet zich niet meer zien, zijn werk zat er op. En zo kon de volgende dag, 24 november 1982, het akkoord in een laatste stichtingsoverleg formeel ondertekend door alle voorzitters. Precies een week na de openingszetten.

Poldermodel

Het Akkoord van Wassenaar, slechts anderhalf A-4tje lang, stond  aan de basis van het economisch herstel vanaf het midden van de jaren ’80 en van wat later het poldermodel ging heten. Een loonmaatregel is sindsdien volkomen taboe. In 1997 spraken beide hoofdrolspelers op een symposium over de gevolgen van het akkoord. Vijf jaar later verscheen er een uitgebreid artikel in Trouw over ’20 jaar na Wassenaar’ en nog eens vijf jaar later werd het 25-jarig jubileum van het akkoord herdacht met een bijeenkomst van alle toen betrokkenen in Wassenaar. Het 35-jarig jubileum ging dit jaar ongemerkt voorbij. Inmiddels is Chris van Veen overleden (2009), net als toenmalig NCW-voorzitter Steef van Eijkelenburg (2009), de toenmalige FNV-bestuurders Bode (2007) en Drabbe (2011), CNV-voorman Harm van der Meulen (2007), MKB-voorzitter Perquin (1993), algemeen directeur Carl van Vulpen van VNO (2006) en directeur Ad Dortland van VNO (2013). Zo verwaait ook het Akkoord van Wassenaar uiteindelijk in de wind…

Vacature Young Worldconnector

De Vereniging Worldconnectors is in 2015 begonnen aan haar eerste jaar als zelfstandige organisatie. Wij streven naar een rechtvaardige, duurzame, inclusieve en vreedzame wereld. Een wereld waarin Nederland – in al haar diversiteit en vanuit alle geledingen – een proactieve rol speelt.

Worldconnectors is een netwerk van opinieleiders afkomstig uit diverse sectoren en verschillende generaties van de Nederlandse samenleving. Zij komen vier keer per jaar samen tijdens een Round Table en voeren dialogen over relevante maatschappelijke thema’s. Worldconnectors heeft een aantal werkgroepen waarin oplossingen worden gezocht voor deze relevante thema’s. De thema’s van Worldconnectors zijn gerelateerd aan de duurzame ontwikkelingsdoelen die de VN in 2015 heeft aangenomen. De visie van Worldconnectors is gebaseerd op het Earth Charter.

Jonge mensen spelen een belangrijke rol binnen Worldconnectors. Veel thema’s die de Worldconnectors aankaarten raken huidige en toekomstige generaties. Daarnaast bestaat bijna de helft van de wereldbevolking uit jonge mensen. Hun stem is daarom essentieel.

In de vernieuwde doelstellingen zijn de energie en het enthousiasme van jonge leden nog voornamer. Wij verwachten dat jonge leden actief bijdragen aan Worldconnectors, door deelname aan Round Tables en bijvoorbeeld door ondersteuning van werkgroepen of het schrijven van blogs. Alle jonge mensen zijn welkom, mits je aan de onderstaande eisen voldoet.

Ben jij:

– Op 1 januari 2018 jonger dan 30;

– In 2018 woonachtig in Nederland;

– Maatschappelijk betrokken en heb je een grote drive voor maatschappelijke impact;

– Geïnteresseerd in internationale vraagstukken en duurzame ontwikkeling;

– Iemand die graag anderen inspireert;

– Een jonge leider binnen jouw community;

– Assertief;

– Communicatief vaardig in het Nederlands en Engels;

– Een goede netwerker; en

– Minimaal 2 uur per week beschikbaar voor Worldconnectors?

Stuur dan voor 29 januari 2018 je CV, een korte motivatiebrief en een blog van maximaal 450 woorden over een maatschappelijk vraagstuk waar jij je momenteel voor inzet. Mail dit naar roundtable@worldconnectors.nl o.v.v. selectie 2018.

De gesprekken zullen plaatsvinden in januari en februari 2018. Voor meer informatie en inspiratie kun je kijken op onze website: www.worldconnectors.nl. Voor vragen kun je contact opnemen met coördinator Sander van ’t Foort via roundtable@worldconnectors.nl.

Round Table 27 november in het teken van nieuwe initiatieven

Op maandag 27 november 2017 was het weer tijd voor een Round Table, deze keer bij de New World Campus in Den Haag. Deze Round Table stond in het teken van het kiezen van een aantal initiatieven waar Worldconnectors zich de komende tijd op kan focussen. Deze initiatieven waren gekoppeld aan specifieke Sustainable Development Goals (SDGs).

Het evenement begon met een introductie van Worldconnector Elske van Gent, CEO Van New World Campus. Zij heette alle Worldconnectors welkom en vertelde over de New World Campus en hun activiteiten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vervolgens werd een nieuw bestuurslid voorgesteld: Rachida Talal. Zij zal Peter Heintze vervangen als secretaris van Worldconnectors. Ook werd Dorine van Norren voorgesteld als nieuw lid. Hierna gaf Dorine een interessante presentatie in het kader van haar proefschrift dat gaat over andere culturen, zoals Ubuntu, en hun relatie tot de SDGs.

Verder werd bij deze Round Table samengewerkt met Eva Rood van de Erasmus Universiteit. Eva assisteerde in de selectie van initiatieven waar de komende tijd door Worldconnectors verder aan gewerkt zal worden. Acht Worldconnectors presenteerden initiatieven waar zij mee bezig waren en de hulp van andere Worldconnectors bij konden gebruiken. Drie van deze initiatieven waren reeds bestaande werkgroepen: Toekomstige Generaties, Food en de nieuwe werkgroep Inclusiviteit. Zij gaven een update over waar zij mee bezig zijn en wat zij hier de komende tijd voor nodig hebben. Naast deze drie initiatieven gaven vijf Worldconnectors een pitch over een initiatief waar zij mee bezig zijn. Deze pitches waren:

  1. Social Impact Factory door Laure Heilbron
  2. Holland Circular Hotspot door Herman Bavinck
  3. SDG top 50 door Sander van ’t Foort (idee van Willemijn Aerdts)
  4. Anderhalve zorgslijn door Emmilia Dowlatshahi
  5. Church of Climate Change door Lynn Zebeda

Iedereen kreeg twee minuten om een pitch te geven. Na deze pitches kon worden gestemd op de vijf nieuwe initiatieven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na de stemming bleek dat Holland Circular Hotspot en Church of Climate Change het meest waren gekozen door de aanwezigen. Voor deze initiatieven werd een break-out sessie georganiseerd, waarin de Worldconnectors mee konden denken over de inhoud van dit initiatief en de doelen en actiepunten voor 2018.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan het einde van de dag werd er door beide initiatiefnemers een korte conclusie gegeven over wat er in hun break-out sessie besproken was. Het was een interessante en productieve dag!

Promotie Dorine van Norren: “Wederkerigheid tussen mens en natuur en tussen mensen onderling ontbreekt in VN Duurzame Ontwikkelingsdoelen” “

De westerse wereld kan leren van niet-westerse welzijnsbegrippen en de doorwerking daarvan in het recht. Dat stelt Worldconnector Dorine van Norren op grond van het proefschrift dat ze op 18 december verdedigt aan Tilburg University. Wederkerigheid tussen mens en natuur en tussen mensen onderling speelt een belangrijke rol in niet-westerse filosofie, maar dat idee komt slechts mondjesmaat terug in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties.

Van Norren schreef een kritiek en aanvulling op het gedachtegoed van de econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen. In het boek Development as Freedom beargumenteerde Sen dat de economische wetenschap gaat over het overwinnen van onvrijheden van de mens, die zijn rechten moet kunnen actualiseren zodat hij tot een zinvol ‘zijn en doen’ kan komen. Volgens van Norren ontbreekt in deze visie vanuit niet-westerse filosofisch perspectief het element van wederkerigheid. Niet ‘vrijheid is vooruitgang’ (de Nederlandse titel van Sen’s boek), maar wederkerigheid of dienstbaarheid is vooruitgang. De natuur maakt deel uit van deze wederkerigheid.

Voor haar onderzoek bestudeerde Van Norren de Afrikaanse traditie van Ubuntu (ik ben omdat wij zijn), de Boeddhistische leer van het Bruto Nationaal Geluk en de Indiaanse wijsheid van Sumak Kawsay (Quecha) en Buen Vivir (Spaans), de wijze van de goede manier van leven. Ze reisde naar Zuid-Afrika, Bhutan en Ecuador, waar ze onderzocht hoe niet-westerse filosofie doorwerkt in de grondwet en de rechtspraak, het binnenlandse en het buitenlandse beleid.

Aarde centraal

Zo maakte ze in Ecuador kennis met natuurjurisprudentie, waarbij de aarde centraal staat in het rechtssysteem en niet de mens. In Bhutan’s grondwet staat een wettelijk vereist percentage bos en een verplichting van burgers om voor de natuur te zorgen. De grondwet van Zuid-Afrika noemt de toekomstige generaties, die voor Afrikanen vanuit de Ubuntu gedachte automatisch deel uitmaken van de mensheid, samen met de voorouders. Het niet geven van respect aan een mens is een schending van Ubuntu, maar ook misbruik van de aarde. Hiervoor wordt hetzelfde woord gebruikt.

Duurzame Ontwikkelingsdoelen

Dit niet-westerse gedachtegoed heeft slechts mondjesmaat zijn weg gevonden in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, constateert Van Norren. Deze doelen gaan nog steeds uit van duurzaam ‘gebruik’ van natuurlijke hulpbronnen, in dienst van de mensheid, en niet van een wederkerige relatie tussen mens en natuur. Wel noemt Van Norren het positief dat de doelenset van 2015-2030 voor alle VN-landen geldt en duurzaamheid centraal stelt. Dit gold niet voor de eerdere Millennium Ontwikkelingsdoelen.

Dorine van Norren promoveert op maandag 18 december aan Tilburg University. Titel proefschrift: Development as Service; A Happiness, Ubuntu and Buen Vivir interdisciplinary view of the Sustainable Development Goals. Promotoren: em. prof. dr. Willem van Genugten (Tilburg University) en prof. dr. Joyeeta Gupta (UvA). Dorine van Norren is bereikbaar via (06-52751005/ dorinevannorren@yahoo.com of d.e.vannorren@minocw.nl ). Recensie-exemplaren van het proefschrift kunt u aanvragen via persvoorlichters@tilburguniversity.edu