[NL] Blog Naema Tahir: Trump-stemmers willen het gevoel hebben dat zij ertoe doen

Armoede in de Verenigde Staten. Foto: Jeffrey Smith

De kranten, de televisie, de radio, de sociale media: iedere dag lopen ze weer over van afschuw voor Donald Trump en wat hij allemaal doet. Ik kan me dat heel goed voorstellen. Maar misschien is het toch goed om niet de emotie de overhand te geven en ook rationeel na te denken over hoe we in deze situatie verzeild zijn geraakt.

Deze column verscheen op 16 februari in Trouw

Hoe je het ook wendt en keert, de helft van de Amerikanen heeft op Trump gestemd. De grote vraag is waarom? Het gemakkelijke antwoord is natuurlijk dat ze daar allemaal, of in ieder geval de helft, gek zijn geworden. Maar dat is flauwekul. De Amerikanen zijn net zo rationeel als de Nederlanders, de Pakistanen of welk ander volk ook ter wereld. In plaats van ervan uit te gaan dat die Amerikanen gek zijn geworden, kunnen we beter veronderstellen dat er een min of meer rationele verklaring voor hun stemgedrag moet zijn.

Al het wetenschappelijk onderzoek is het erover eens dat de verschillen in Amerika sedert de jaren tachtig exponentieel zijn toegenomen. In de jaren zestig en zeventig was Amerika nog een middenklasse-samenleving, waarin het leven van de rijksten niet substantieel verschilde van dat van de grote massa van de bevolking. Een huis in een van de meest exclusieve wijken kostte slechts twee keer zoveel als een gemiddeld nieuwbouwhuis. De duurste auto was (in dollars van 2010) 50.000 dollar.

Slechts één procent van de Amerikanen verdiende (in dollars van 2010) meer dan 200.000 dollar per jaar. Wie het gemaakt had en miljonair was geworden – daarvan waren er maar 80.000 – liet een mooi huis bouwen in zijn oude buurt. Hij bleef wonen waar hij altijd gewoond had, te midden van zijn minder succesvolle ‘buddy’s’, hij bleef hetzelfde bier drinken en dezelfde hamburger eten. En zijn kinderen bleven naar dezelfde school gaan als iedereen.

Bevolkingsgroepen
Nu, veertig à vijftig jaar later is dat allemaal volledig veranderd. Amerika heeft nog steeds een middenklasse, maar die kalft snel af. Het land is uiteengevallen in twee totaal verschillende bevolkingsgroepen. De ene groep, zeker 25 procent van de bevolking, is vermogend tot zeer vermogend, cosmopolitisch, intelligent, ‘college-educated’. Die groep rookt niet, drinkt nauwelijks, let op zijn eten en sport. Is dus slank, gaat op vakantie naar Europa, leest veel en kijkt nauwelijks tv. Deze mensen wonen in goede wijken, scheiden weinig en zorgen enorm goed voor hun kinderen.

Daartegenover staat een andere groep, ook 25 procent van de bevolking, die veel minder geld heeft, wier horizon lokaal en regionaal is, die hooguit high school heeft, rookt, drinkt, veel te dik is, vijf uur per dag tv kijkt, wier favoriete tijdverdrijf vissen is, die in slechte wijken wonen, waar veel mensen gescheiden zijn en kinderen vaak opgroeien bij overbelaste en uitgebluste alleenstaande moeders of met mamma’s nieuwe vriend in huis. Mensen ook die vaak werkloos zijn en van een uitkering leven.

Deze laatste groep heeft massaal op Trump gestemd, omdat ze het gevoel had dat Clinton hen niet zag staan. Om het te zeggen in de woorden van J.D. Vance, auteur van ‘Hillbilly Elegy’, hét boek over die laatste groep: vele Trump-stemmers willen het gevoel hebben dat zij ertoe doen.

Worldconnector Naema Tahir is auteur van vele boeken en artikelen over de multiculturele samenleving, met een bijzondere belangstelling voor de mensenrechten van vrouwen in zowel moderne als traditionele gemeenschappen. Haar nieuwste boek Brieven in Urdu verscheen op 17 oktober bij Prometheus en is verkrijgbaar in de grotere boekwinkels of online.