[NL] Blog Naema Tahir: Kerstmis kruipt weg

Worldconnector Naema Tahir is auteur van vele boeken en artikelen over de multiculturele samenleving, met een bijzondere belangstelling voor de mensenrechten van vrouwen in zowel moderne als traditionele gemeenschappen. Haar nieuwste boek Brieven in Urdu verscheen op 17 oktober bij Prometheus en is verkrijgbaar in de grotere boekwinkels of online. Hieronder volgt de meest recente column van Tahir die zij maandelijks schrijft voor het dagblad Trouw.

Deze column verscheen op 24 november in Trouw


Kerstmis komt er met rasse schreden aan. Enige tijd geleden kreeg ik een afgeschreven kinderboekje mee van de plaatselijke bibliotheek, getiteld ‘Het is Kerstmis’. Leuk, dacht ik, om aan mijn dochter voor te lezen. Maar bij kennisname van de inhoud sloeg alras de verbijstering toe. Het kerstverhaal wordt hier teruggebracht tot ene Maria die in een stal een naamloze baby krijgt en Jozef die daarop naar buiten loopt, hoera roept en zegt dat iedereen mag komen kijken, waarop de baby veel cadeautjes krijgt van alle anonieme bezoekers. Dat was het, echt waar.

Voor en achterin het boek staan vier kerstliedjes, waarvan de tekst volledig is geamputeerd. Bijvoorbeeld ‘Er is een kindje geboren, hoera! (2x), ‘t Ligt in een bedje bedekt met wat hooi (2x)’. Dat was het. Niks ”t Kwam op de aarde voor ons allemaal.’

Idem dito de andere liedjes. Elke verwijzing naar Jezus en het christendom is er categorisch uit geschrapt. Het boekje eindigt met: ‘Het is kerstmis. Kaj en Lizzie (de twee hoofdpersonen) versieren de ijstaart met kransjes van schuim en chocola. Nu gaan de sterretjes aan! roept Kaj. En de kaarsjes, zegt Lizzie. Vrolijk kerstfeest!’

Het is jammer allemaal. De makers van het boekje vinden het kerstverhaal in wezen niet meer van deze tijd. Een heilige die geboren wordt en onder de mensen leeft, het is te mal voor woorden, vinden ze vast. Maar helemaal opgeven en verzwijgen willen ze het verhaal ook weer niet. Dus seculariseren ze het. Met als onbedoeld gevolg dat er een volstrekt betekenisloze romp overblijft. Dat geldt evenzo voor hun bewerking van de kerstliedjes. De ziel is eruit gesloopt, maar we blijven Kerstmis vieren en kerstliedjes zingen hoor!

Welbeschouwd is het boekje bijna symbolisch voor de staat van de westerse cultuur. Die heeft afscheid genomen van zijn spirituele bronnen, maar kan ze toch nog niet helemaal loslaten. Wat resulteert is best triest. Kerstmis zonder Christus, Pasen zonder de kruisiging, Hemelvaart zonder de hemel, Pinksteren zonder de Heilige Geest.

Nee, dan de Franse revolutionairen van 1789. Die hebben in één klap het christendom afgeschaft en vervangen door de cultus van de rede, met een eigen feest, tempel en zelfs godin. Dat is lef hebben. Weg met dat oude bijgeloof, we vervangen het door iets nieuws en beters, moeten ze hebben gedacht. Daartoe zijn we kennelijk niet meer in staat. Net als de revolutionairen van toen, geloven de meeste mensen anno nu ook niet meer in de oude verhalen, maar we zijn niet mans genoeg er een streep door te halen en iets anders te vieren, waarin we wél geloven. Of helemaal niets meer te vieren.

En dus blijven we Kerstmis vieren, met kerststalletje onder de kerstboom, kerstdiner, en een cd met christmas carols. Veel mensen gaan zelfs in de kerstnacht of op Eerste Kerstdag nog naar een katholieke mis of protestantse dienst. Maar de bezieling is eruit en wat overblijft is vooral een vaag gevoel van leegte en verlies.

In wat voor tijd leven we? Het voelt aan als een overgangstijd. Het oude is teloorgegaan. Alleen de herinnering eraan bestaat nog en is ons dierbaar. Maar ook die zal binnenkort verdwenen zijn. En dan?

Wat resulteert is pathetisch: Kerstmis zonder Christus

Sherlien Sanches: Rechten inheemse volkeren Suriname

inheemse-indiane-surinameSuriname, het land waar ik ben geboren, als dochter van een Inheemse moeder en een creoolse vader. Wij noemen onszelf niet graag Indianen maar Inheems of Kalinya’s. In Suriname wonen er verschillende Inheemse stammen. De Kalinya’s (Caraïben), de Lokono’s (Arowakken) wonend aan de kuststrook, en de Akoerio, Trio en Wayana wonen meer in het binnenland van Suriname.

5000 jaar oude rotstekeningen

Al duizenden jaren wonen de Inheemse samen met de planten en dieren. Zij leven van het land en van de jacht. Vrij van een materialistische wereld zoals wij die kennen. De oudste archeologische vondsten zijn 5000 jaar oude rotstekeningen in Zuid-Suriname. Het vermoeden is dat religieuze Inheemse leiders deze hebben gemaakt.

Mijn moeder komt uit het Caraïbisch Inheemse dorp Akarani, ook wel Bigi Poika genoemd. Zij treedt vaak op met haar muziekgroep Pawana in kleurrijke traditionele klederdracht. Ik ga met veel plezier terug naar Suriname. Het is altijd een mooie beleving als we op bezoek gaan bij oma in het dorp Bigi Poika. Daar genieten wij van de ongerepte natuur. We maken wandelingen door het bos met mijn neefje van acht jaar als gids. We overnachten in hangmatten in de hut van oma of ander een familielid. Ik heb veel bewondering en respect voor de manier waarop de Inheemsen overleven. De oudere generatie verbouwt nog steeds haar eigen cassave en de mannen gaan op jacht voor hun favoriete gerecht Atyupo (Peprewatra), een pittige soep met wildvlees of vis en cassavebrood. In de avonduren zitten we rond het kampvuur en vertellen de familieleden oude volksverhalen over de geestenwereld en onze voorouders.  Alles heeft volgens hen een ziel, zelfs een blad van een boom. Alles heeft een spirit en daar moet je respect voor hebben! Zij leren ons dat wij allen deel uitmaken van een groter geheel. Daarom mogen we anderen geen schade aan brengen, want daarmee zouden we onszelf schaden.

Lees hier het volgende deel van de blog van Sherlien Sanches.

IMG_0983

Global Goals: we hebben allemaal een ‘Licence to operate’

20160607_1757_IMG_6081Global Goals: we hebben allemaal een “Licence to operate”

Door: Veronique Swinkels, directeur BBK door Vriendschap Sterker en mede-initiatiefnemer Global Goals Accelerator.

Deze blog is eerder gepubliceerd in de Global Goals Accelerator Linked In groep op 15 juli 2016

 

Global Goals Accelerator Estafette Bijeenkomsten

​In juni en juli 2016 organiseerde de Global Goals Accelerator 8 inspirerende estafettebijeenkomsten waarbij alle 17 Global Goals (SDG’s) werden besproken en meer dan 200 mensen waren betrokken. De Global Goals Accelerator heeft als doel om de realisatie van de Sustainable Development Goals te versnellen.

Initiatiefnemers zijn Alide Roerink (Earth Charter) en Veronique Swinkels (Duurzaamheids Dialoog en BBK/Door Vriendschap Sterker). Tijdens iedere bijeenkomst gaven we punten en conclusies door. De komende maand gaan we verder met het analyseren van de opbrengst en organiseren we een synthesebijeenkomst waarin we ook de toekomstplannen van de Global Goals Acccelerator zullen presenteren.

Uit de 8 bijeenkomsten ontstaat al een interessant beeld van waar veel resultaten kunnen worden behaald om de realisatie van de Global Goals te versnellen.

Mensen en systemen veranderen daar hebben alle SDG’s baat bij
Technologische en wetenschappelijke inzichten en ontwikkelen kunnen ons enorm helpen om de Global Goals doelstellingen te realiseren. Maar waar vooral de meeste winst te behalen valt is in ontwikkelingen die te maken hebben met maatschappelijke innovatie, nieuwe kijk op waarde en persoonlijke ontwikkeling. Alleen dan komen de technologisch en wetenschappelijke ontwikkelingen terecht in een omgeving die er het maximale uit kan halen.

Licence to operate
We hebben een licence to operate was vanaf het begin ons uitgangspunt. We hoeven op niemand te wachten maar we hebben wel alles en iedereen nodig. De Global Goals zijn ook Local Goals en vooral Personal Goals. En vanuit de Personal Goals moeten we nieuwe verbanden leggen, oude gewoontes en aannames ter discussie stellen zodat grote systemen veranderen en paradigma’s verschuiven.

De uitdagingen waar we voorstaan bevinden zich op wereldniveau. Hoe vertalen we dit naar persoonlijk gedrag? Bewustwording is dan van belang. Dat vraagt om transparantie en eerlijke informatie. Een andere manier om impact te meten, externalities vertalen in geld, true pricing en true risk bepalen en anders aankijken tegen rendement. Op dit niveau spelen internationale instituties en de grote multinationals een grote rol.

Sustainability standaard
De rol van de financiële sector en de manier waarop we ons geld hebben georganiseerd staat ter discussie. Een sustainability standaard zegt zo veel meer over wat echt van waarde is en effect heeft op mensen en planeet dan de huidige goudstandaard of beurskoers.Voor versnelling en realisatie van de Global Goals hebben we mensen nodig die leiderschap tonen en de transformatie gaan dragen. We kunnen niet zonder system hackers, warrior networks en de ‘wisdom of the crowd’. Voorlopers zowel op organisatie niveau als persoonlijk niveau hebben onze support nodig. Wetgeving, regelgeving en juridische inbreng kunnen hierbij helpen. Genoemd werden: The right to know helpt mensen de juiste keuzes te maken, acceptatie en uitwerken van het begrip Ecocide geeft mogelijkheden grote vervuilers aan te pakken, Zero-tollerance aan de hand van icoon-voorbeelden zoals plastic zakken, plastic flesjes en specifieke chemicaliën, true pricing en true risk verwerken in economische modellen en business cases, duurzame productie als norm stellen en niet de uitzondering voor alle spelers in de markt, inclusie van instituties op alle niveau waardoor de burger weer echt inspraak krijgt om de eigen omgeving inclusief een sterke gereguleerde positie voor de rechten van toekomstige generaties.

Politiek, bestuur en maatschappelijk middenveld kan hierop sturen en partijen waarderen die het goed doen. Er wordt gedacht over een stemwijzer die politieke partijen toetst op inbreng op de global goals, maar misschien is een eigen politieke partij wel een beter idee.

Maatschappelijke innovaties
Maatschappelijke innovaties zitten ook op het niveau van handelingsperspectief. Denken zal meer moeten plaatsvinden vanuit bestaande ecosystemen. Gedacht vanuit het effect van de mens op de natuur maar ook vanuit de natuur op de mens. Global denken houdt op persoonlijk niveau in dat we ons wereldwijd verbinden met de eco-systemen waarop ons handelen effect heeft. Daar ook waarde aan toekennen. Lokale oplossingen zijn de beste oplossingen als ze op maat worden ontwikkeld met de lokale omstandigheden als uitgangspunt. Er is een enorme maatschappelijke innovatie nodig, onder andere rond de circulaire economie.

Persoonlijke ontwikkeling: leiderschap en dragerschap
Persoonlijke ontwikkeling gaat vooral over het hebben van voldoende kennis en keu20160607_1746_IMG_6068zes om een duurzame leefstijl te ontwikkelen en te denken in verbanden en verantwoordelijkheden die verder gaan dan we gewend zijn. Dit vraagt om aanpassingen op het gebied van educatie, voorlichting en productinformatie.  We kunnen en moeten ons meer verbinden en hebben de (IT-) mogelijkheden daarvoor. Dat betekent werken aan en vanuit dezelfde waarden en ons verbonden voelen met planeet en medeburgers. Denken in andere termen dan economisch rendement vraagt om een groot paradigma-shift. En kan alleen als we helderheid krijgen over de echte impact van ons handelen en vooral onvermoeibaar zoeken naar de waarheid, dieper graven dan de oppervlakkige beelden waarmee we nu in slaap worden gesust door overheid, bedrijven, media en investeerders. Essentieel is een persoonlijke ethiek bespreekbaar maken, anderen hierop aanspreken, authentiek en integer handelen. Leiderschap is nodig, maar ook dragerschap. Wie neemt de uitdaging aan en geeft het stokje door.

Anne-Marie Rakhorst: Een goed bewaard geheim

_D3S7960Voor het platform Duurzaamheid.nl sprak ik onlangs uitgebreid met Hugo von Meijenfeldt, coördinator nationale implementatie van de Global Goals verbonden aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het gesprek ging – uiteraard – over de nieuwe werelddoelen. Hij verklapte een goed bewaard geheim…

De Millenniumdoelen (voorloper van de Global Goals for Sustainable Development), zijn behoorlijk succesvol geweest. Het percentage extreme armoede en honger – Millenniumdoel 1 –  is in 12 jaar tijd gemiddeld genomen gehalveerd, het doel was in 15 jaar. Als mens en als ondernemer raakt me dat. In positieve zin. Ik merk dat de nieuwe ‘werelddoelen’ soms zo groots voelen, dat het lijkt alsof we er maar weinig invloed op hebben. Wat Hugo ons vertelt, laat het tegendeel zien. Zulke doelen stellen, heeft wel degelijk veel zin, biedt kansen en zet mensen in beweging. Honger gehalveerd: dat is sprekend voor iedereen, ook voor wie zich niet direct aangetrokken voelt tot dat grootse. En die aantrekkingskracht hebben we ontzettend hard nodig.

Aan de ene kant zien we namelijk een uniek initiatief als het Global Goals Charter, waarin door multinationals, ngo’s en enkele kleine ondernemingen samen aan oplossingen gewerkt wordt op specifieke thema’s. Zo werken onder andere Philips en UNICEF samen op het gebied van gezondheid. Onder de naam ‘Human Cities Coalition’ werken partijen als Akzo Nobel, Arcadis en Alliander aan leefbare steden wereldwijd.

Tegelijk laat onderzoek van Kaleidos Research zien dat – hoewel de Global Goals zich meer dan de voorganger richten tot het bedrijfsleven – de aandacht toch vooral uitgaat naar de grote bedrijven. En dat er nog uitdagingen liggen om ook die kleinere ondernemers zich meer betrokken te laten voelen bij de doelen. Blijkbaar zijn MKB’ers zich nog weinig bewust van de doelen en van hun bijdrage daaraan. Terwijl ze van onschatbare waarde zijn met hun kennis, product of dienst.

Want, een belangrijke kanttekening bij de Millenniumdoelen is dat het realiseren ervan ten koste is gegaan van iets anders: de mensen zelf en onze omgeving. Daar ligt ook de uitdaging voor nu. We moeten onze wereld en onze economie opnieuw ontwerpen. Een uitdaging van en kans voor iedereen. En juist die kleine en middelgrote ondernemingen zijn als geen ander in staat zijn om juist die ketens die we moeten aanpakken, met een frisse blik te bekijken en open samen te werken met andere partijen.

Denk aan een prachtige onderneming als Fairphone, onlangs nog zeer terecht genomineerd voor de Koning Willem I Plaquette voor Duurzaam Ondernemerschap. Met een team van mensen werkt het bedrijf aan de verbetering van een hele elektronicaketen. Het is keihard werken en geen gemakkelijke opgave. Maar het proces maakt wijzer, levert op en inspireert ook de grote organisaties tot verbetering.

Zo zijn er nog ongelofelijk veel kansen. Van de plastic soep uit de oceanen die nieuwe toepassingen krijgt in bijvoorbeeld jeans (G-Star Raw) en tapijt (Interface). Tot het gemaaide gras van Staatsbosbeheer dat door een bedrijf als NewFoss tot een nieuwe grondstof gemaakt wordt voor biologisch afbreekbare verpakkingen.

Deze geweldige oplossingen verdienen alle aandacht die we ze kunnen geven. Laten we van successen geen geheim meer maken, ze vieren en ze met elkaar delen. We hebben iedereen nodig om goede initiatieven te bedenken en op te schalen en om van de 17 werelddoelen een nieuw succes te maken. Zodat we helemaal geen extreme armoede en honger meer kennen én in een schone, veilige wereld kunnen leven.

Op naar 2030!

Anne-Marie Rakhorst

PS Vanuit Duurzaamheid.nl proberen we het enthousiasme komend najaar over te brengen met een bijzondere campagne. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief als je het leuk vindt om op de hoogte te blijven!

Nawoord: Inmiddels lanceerde Anne-Marie de aansprekende campagne ’17 doelen die je deelt’, in de aanloop naar de Dag van de Duurzaamheid 2016.

Veronique Swinkels: Hoe maken we van Global Goals ook Local Goals?

Deze blog verscheen eerder op www.doorvriendschapsterker.nl

Dit jaar stelden de Verenigde Naties nieuwe Sustainable Development Goals op. Het grootste verschil tussen de oude millenniumdoelen en de nieuwe doelen is dat deze laatste nu voor alle landen gelden. Het gaat dus niet langer om doelen die in arme landen moeten worden gerealiseerd door financiering van de rijkere landen. Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling worden in elkaar geschoven. De bekende pijlers van duurzame ontwikkeling; people, planet en profit, worden aangevuld met de dimensies veiligheid en rechtsorde.

Ook nationaal en lokaal richtinggevend
De 17 mondiale doelstellingen van de Verenigde Naties lijken abstract maar dat zijn ze niet. Ze gaan heel concreet over onze lucht, vuur, aarde en water. Ze moeten zorgen voor wereldwijde prioriteiten maar zijn ook op nationaal en lokaal niveau richtinggevend. Ook Nederland wordt opgeroepen om actief in te zetten op het tegengaan van voedselverspilling, bevorderen van duurzaam inkoopbeleid, verminderen vervuilingsimpact van steden, duurzame energie, bescherming van biodiversiteit etc etc. De 17 Global Goals lezen als een goed verkiezingsprogramma van een partij die nog moet worden opgericht. Met een duidelijk afgebakend 15-jarig tijdspad.

Het zijn ambitieuze doelen waarbij de gezamenlijke inzet is vereist van zowel centrale als decentrale overheden, het bedrijfsleven, NGO’s en individuen. De doelen leven nu nog vooral binnen de VN, maar een wereldwijde campagne moet ze meer bekendheid geven. Iedereen kan daar een bijdrage aan leveren. Interessant wordt het vooral om te zien wie leiderschap gaat tonen en wie welke rol op zich neemt bij het realiseren ervan. Want als organisatie, overheid en bedrijf anno 2015 kun je er niet omheen om in je beleid een verbinding te leggen met een of liefst meerdere van deze doelen. Hopelijk sluit een grote groep actieve burgers zich hier snel bij aan.

Zelf voel ik me het meest betrokken bij de doelstelling duurzame consumptie en productie. Ik zie in het veranderen van consumentengedrag een enorme uitdaging waarmee duurzame ontwikkelingen kunnen worden versneld. Een belangrijke uitwerking van Goal #12 is om in 2030 te zorgen dat mensen overal ter wereld gaan beschikken over relevante informatie en awareness voor duurzame ontwikkeling en een levensstijl in harmonie met de natuur. Ga er maar aan staan. Hele generaties in Nederland (en daarbuiten natuurlijk) moeten worden geïnformeerd over de duurzame keuzes die zij als consument en burger (nu al) kunnen maken. En bedrijven zullen moeten uitleggen waar zij staan in de keten. Het effect zal een toenemende vraag om transparantie worden; wat zit er in ons voedsel, waar komt onze kleding vandaan, waar wordt ons geld in belegd en welke energie verstoken we.

Global Goal 12

Bedrijven die niet verduurzamen komen hier niet meer mee weg
Externe factoren zullen de komende jaren voor veel sectoren steeds meer interne werkelijkheid worden. Financiële beslissingen en investeringen kunnen niet langer los worden gezien van de onvermijdelijke trend die wordt ingezet. Investeerders in bedrijven die verzaken maatregelen te nemen om grondstoffen beter te benutten, de keten te verduurzamen of een negatief effect hebben op de biodiversiteit zijn gewaarschuwd. Beleid en publieke opinie zal zich tegen deze bedrijven keren en de oude business case onrendabel maken. Energiebedrijven en investeerders in “oude energie” hebben hier nu al last van. Bedrijven die de kern van de eigen business verduurzamen hebben de toekomst. Het argument dat de klant er nog niet voor wil betalen is achterhaald en zal de komende jaren steeds valser klinken.

Laat je zien!
Maar bovenal is het een enorme kans voor bedrijven. De Global Goals bieden een gedeelde taal, ambitie en doelen. Bedrijven kunnen aan de hand van de Global Goals consistent en effectiever communiceren met hun stakeholders over hun impact en gedrag. En het wordt makkelijker om partners te vinden met een gedeelde doelstelling. De doelen zijn een belangrijke stip op de nabije horizon. Ze zullen worden gebruikt om publieke en private investeringen te richten op bedrijven die in staat zijn innovatieve oplossingen en echte veranderingen teweeg te brengen. De waarde van corporate sustainability en MVO zal enorm toenemen. Of het in Parijs nu wel of niet tot een akkoord komt. Het gaat bij deze doelen namelijk niet alleen om duurzaamheid; gezondheid, gelijkheid, veiligheid zijn net zo belangrijk. Bedrijven hebben baat bij goed opgeleide werknemers, een inclusieve arbeidsmarkt, gezonde, veilige, duurzame steden, transparante financiële systemen en niet-corrupte overheidsinstituties. Daar hoef je de grens niet voor over; dat is dagelijkse en lokale kost.

Achterblijvers hebben risico op juridische en reputatieschade
Het beleid in Nederland liep de laatste jaren op dit terrein zeker niet voorop. Onze poldermentaliteit liet te veel ruimte voor eigen interpretatie met een lage ambitie tot gevolg. De nieuwe Global Goals zullen handvatten worden voor de verwachtingen van uiteenlopende stakeholders. Toekomstig beleid op internationaal, nationaal, regionaal en lokaal niveau zal eraan getoetst worden. Bedrijven en organisaties die het eigen beleid in overeenstemming brengen met de Global Goals zullen hun betrokkenheid met consumenten, werknemers en de lokale community versterken en diegenen die dat niet doen lopen een toenemend risico op juridische en reputatieschade.

Hoe nu van Global Goals ook Local Goals te maken? Door ze vooral als Local Goals te gaan zien en ze mee te nemen in politieke besluitvorming en ondernemersbeleid. En laat die nieuwe politieke partij maar zitten, ik hoop dat de Goals richtinggevend gaan worden voor alle politieke partijen. Echter gaan we de echte impact pas zien als de Goals onderdeel worden van het beleid van het grotere en kleinere bedrijfsleven in Nederland en de keuzes die consumenten en burgers vandaag al kunnen maken. Duidelijke communicatie helpt hierbij. En om het voor iedereen makkelijk te maken zich aan de Goals te verbinden en elkaar te vinden hebben wij alvast per Goal een ‘Wij versterken’ visual gemaakt.

De 17 Global Goals van de Verenigde Naties:

  1. Uitbannen van alle vormen van (extreme) armoede
  2. Einde aan honger, zorgen voor voedselzekerheid en duurzame landbouw
  3. Gezondheidszorg voor iedereen
  4. Inclusief, gelijkwaardig en kwalitatief onderwijs voor iedereen
  5. Gelijke rechten voor mannen en vrouwen en empowerment van vrouwen en meisjes
  6. Schoon water en sanitair voor iedereen
  7. Toegang tot betaalbare en duurzame energie voor iedereen
  8. Inclusieve, economische groei, werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen
  9. Infrastructuur voor duurzame industrialisatie
  10. Verminderen ongelijkheid binnen en tussen landen
  11. Maak steden veilig, veerkrachtig en duurzaam
  12. Duurzame consumptie en productie
  13. Klimaatverandering tegengaan
  14. Beschermen en duurzaam gebruik van de oceanen en zeeën
  15. Beschermen van ecosystemen, bossen en biodiversiteit
  16. Bevorderen van veiligheid, publieke diensten en recht voor iedereen
  17. Versterken van het mondiaal partnerschap om doelen te bereiken

 

Alide Roerink in gesprek met Anne-Marie Rakhorst: Rijk, maar niet invloedrijk?

Boek Geld stuurt de wereld

‘Met 2300 miljard aan vermogen zijn we steenrijk in Nederland. Dan zijn we ongetwijfeld ook heel invloedrijk. Het eerste klopt, het tweede niet.’ Anne-Marie Rakhorst, ondernemer en vriend van het Earth Charter, dook in de wereld van het geld. Om uit te zoeken hoe we geld kunnen inzetten om duurzame doelen te realiseren. Ze schreef er een boek over Geld stuurt de wereld. ‘Omarm je geld en zet het in voor een betere toekomst.’

Lees het interview van Alide met Anne-Marie.

Wat was je motivatie om je nieuwste boek Geld stuurt de wereld te schrijven?
“Eind 2014 vloog ik naar Shanghai voor een bijzondere bijeenkomst. Voor een zaal met beursanalisten en assetmanagers mocht ik uitleggen wat ik versta onder duurzaam ondernemerschap en hoe de Cradle-to-Cradle-filosofie daarin past. Tijdens de voorbereiding en door de gesprekken achteraf, merkte ik dat de financiële kant van duurzaamheid wel heel weinig aandacht kreeg. Ook in Nederland. En dat terwijl we hartstikke rijk zijn én graag die circulaire toekomst willen. Wat is je pensioengeld tenslotte waard als de aarde straks onleefbaar is? De verkenning van die wereld, is Geld stuurt de wereld geworden. Ik hoop dat het boek de afstand tussen mens en geld verkleint. Je kunt geld inzetten om de toekomst beter te maken; en we hebben veel meer macht dan we zelf denken!”

Hoe sluit dit aan bij de waarden en doelen van het Earth Charter?
“In het boek ga ik op zoek naar hoe we ons geld voor onze duurzame doelen kunnen laten werken.
We zitten in het hart van een transitie. Van een lineaire economie gaan we over in een circulair model. Daarbij horen andere wetten en moeten we andere organisatievormen en verdienmodellen maken. Om te bepalen of je inderdaad te maken hebt met een duurzame belegging of beter: een belegging met impact, helpen de principes als die van het Earth Charter. Ze geven richting bij het bepalen of je met een duurzame onderneming te maken hebt. ‘Als ik hierin beleg, zet ik mijn geld in voor veiligheid, een gezonde leefomgeving, respect voor mensen of voor oprakende grondstoffen die ons leefgebied vervuilen?’ Je kunt met 3D-printen een wapen printen of een kunstnier. Waar investeer jij in?”

Tot welke belangrijkste inzichten ben je gekomen in jouw ontdekkingstocht in de wereld van beleggen en bankieren?
“Voor het boek sprak ik met financieel experts, pensioendeskundigen, toezichthouders, beleggers en bankiers. Ontzettend leuk en leerzaam! Een van mijn conclusies is dat we in Nederland eigenlijk alles in huis hebben om het centrum van Sustainable Finance in de wereld te worden. We hebben rijke pensioenfondsen, die nu al wereldwijd voorop lopen in duurzame beleggingen. We zijn sterk in duurzame research en analyse. En we hebben de opleidingen om veel jong talent te kunnen laten uitblinken. Zoveel kennis en geld trekt weer meer internationale vermogensbeheerders naar Nederland en kan een impuls geven aan banken om zich verder te specialiseren in duurzaamheid. Als we daarnaast nou ook wat meer van ons kapitaal in Nederland besteden aan ondernemers met innovatieve en duurzame ideeën, dan geeft dat onze circulaire economie een enorme boost!”

Jouw boek draagt bij aan het vergroten van de kennis en bewustzijn over de mogelijkheden waarop we ons geld voor de circulaire economie inzetten. Wat kunnen mensen concreet doen, naast het lezen van het boek, om de circulaire economie met hun geld te stimuleren?
“In Nederland hebben we samen een aantal zaken te regelen zodat meer geld naar duurzame ondernemingen en initiatieven gaat. Denk aan een Code voor Duurzaam Ondernemerschap, naar het voorbeeld van de Code Tabaksblat. Waar in de Code Tabaksblat is vastgelegd, aan welke basisvoorwaarden goed ondernemingsbestuur moet voldoen, spreken we in deze code af wat we onder duurzaam ondernemerschap verstaan. Ook als particulier kun je veel doen. We realiseren ons te weinig dat we heel invloedrijk kunnen zijn! Elke Nederlander die werkt is aangesloten bij een pensioenfonds en belegt. Misschien spaar je daarnaast of beleg je. Of je dat nu actief of passief doet: je hebt een stem. Stel vragen over het beleid van het bedrijf waar je in belegt of stel ze aan je adviseur. Net zo lang tot duidelijk is of je investering er één is voor een duurzame toekomst. Het is niet alleen hard nodig, maar ook erg leuk!”

Eind november 2015 verscheen Geld stuurt de wereld – Jij bepaalt de koers, het nieuwste boek van ondernemer, investeerder en publicist Anne-Marie Rakhorst. Meer informatie over het boek? Kijk op www.duurzaamheid.nl.

Ruud Lubbers: Terugblik op Klimaattop COP21

Ruud Lubbers

 

De historische doorbraak van het Klimaatakkoord van Parijs van 12 december jl. begon najaar 2014, toen de leiders van de G2 verklaarden “Parijs” tot een succes te willen maken. VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon was op dat monent al stevig op weg met zijn Post 2015 UN Sustainable Development Goals. Echter, steeds meer begon hij te benadrukken dat klimaatbeheersing daarbij de eerste prioriteit was.

Vervolgens verraste voorjaar 2015 Paus Franciscus de wereld met zijn Encycliek Laudato Si’. In dat document verklaarde hij het Handvest van de Aarde te beschouwen als de grondslag voor “Our Common Home”. Zelf ervoer ik dat als een toegespitst vervolg op “Our Common Future”. Zo gingen Ban Ki-Moon en de Paus als het ware hand in hand.

Dat werd in september bij de Algemene Vergadering van de VN, waarin het daadwerkelijk kwam tot de Post 2015 UN SDG’s, op een heel bijzondere wijze zichtbaar. Ban Ki-Moon nodigde daar Paus Franciscus uit als bijzondere gast en eerste spreker tussen al die regeringsleiders.

En parallel aan die alliantie tussen de VN en Paus Franciscus, als icoon van een toekomstgerichte spirituele beweging en daarmee hoop en inspiratie gevend aan wat men de civil society pleegt te noemen, werd in Parijs ook zichtbaar hoe de alliantie met het bedrijfsleven om daadwerkelijk tot klimaatbeheersing te komen gestalte had gekregen. Zeker, in Parijs waren het landen die tot een klimaatakkoord kwamen, maar parallel daaraan maakte de World Business Council for Sustainable Development zich zeer zichtbaar. Zo committeerde het internationale bedrijfsleven zich geloofwaardig aan klimaatbeheersing als de urgente uitdaging om met concrete mogelijkheden wereldwijd tot CO2-arme economieën te komen.

Dit is allemaal goed nieuws.

En eigenlijk bevat het COP21 Klimaatakkoord geen slecht nieuws. Voor nu was het het best mogelijke akkoord tussen al die landen, maar ik wil erop wijzen dat het slechts de eerste stap is.

Het is bijvoorbeeld veelbetekenend dat uit het concept de tekst betreffende scheep- en luchtvaart verdween. Daar was de wereld nog niet aan toe. Deze sectoren kennen krachtige branche-organisaties en lobbygroepen. Het is inderdaad dringend nodig tot intergouvernementele afspraken respectievelijk een klimaatakkoord in vervolg op Parijs te komen, maar dat al in Parijs te proberen zou alleen tot tandeloze tekst geleid hebben. Wel is Post 2015 nu dringend een actieplan geboden met periodieke concrete stappen om uiterlijk in 2030 het doel te bereiken.

Zo valt er in het akkoord ook niets te lezen over hoe bestuurlijk die CO2-arme economieën te realiseren. Ruw gesproken zijn er drie instrumenten: voorschriften (regelgeving), belastingen op fossiel en trading systems à la het Europese ETS. In de systematiek van het akkoord van Parijs worden de te maken keuzes aan de afzonderlijke landen overgelaten. Voor dit moment terecht! Eerst moest het tot dit algemene klimaatakkoord komen.

Maar intussen weten wij dat het bedrijfsleven en meer in het bijzonder de World Business Council for Sustainable Development, gezien de verreikende gevolgen voor handelspolitiek en werkgelegenheidsbeleid, een krachtig beroep op de regeringen doet; ieder van hen afzonderlijk en alle gezamenlijk worden opgeroepen om keuzes te maken. Ook op dat punt is Post Parijs nu dringend een actieplan nodig dat voortbouwt op het recente Klimaatakkoord.

Zulk een veeljarig actieplan vergt periodieke evaluaties en nieuwe commitments om stap-voor-stap de doelstellingen voor 2030 te halen. Een inspirerend voorbeeld daarvan werd al gegeven door Paul Polman, CEO van Unilever en lid van de SDG-commissie van Ban Ki-Moon. Polman verklaarde in Parijs dat Unilever alle energie die het gebruikt vanaf 2030 wil betrekken uit hernieuwbare bronnen (klimaatneutraal dus), en dat deze nieuwe doelstelling voor elektriciteit al geldt vanaf 2020.

Ten slotte wil ik in deze terugblik op Parijs, de geslaagde COP21, melden dat sinds het begin van deze eeuw het goedkoper worden van zonne-energie jaar in jaar uit zo indrukwekkend is gebleken – en het gaat maar steeds door – dat het uitfaseren van fossiel niet alleen vanwege het klimaat maar ook economisch geboden is. Het gaat dan inderdaad alleen nog om het tempo van de transitie en hoe financieel om te gaan met de “stranded fossil energy assets”. Intussen is de prijs van zonne-energie zo gedaald, dat opslaan t.b.v. optimaal gebruik (op het goede moment dus) en grensoverschrijdende netwerken (grids) meer en meer loont.

Ruud Lubbers, 16 december 2015

Klimaatgerechtigheid

In de opmaat naar de VN Klimaattop in Parijs – ook wel COP21 – is het tijd om een stevige oproep te doen voor klimaatgerechtigheid.

Met ‘klimaatgerechtigheid’ (Climate Justice) doel ik op een benadering van klimaatverandering als een ethische kwestie. Klimaatgerechtigheid houdt in dat de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering in relatie worden gebracht met rechtvaardigheid, zowel ecologisch als sociaal. Onderwerpen als gelijkwaardigheid, mensenrechten, collectieve rechten en historische verantwoordelijkheid zijn daarbij belangrijke overwegingen.  

Klimaatgerechtigheid houdt rekening met het feit dat de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, veelal in ontwikkelingslanden, het minst verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering in de wereld, en het hardst getroffen worden.

Klimaatgerechtigheid kijkt niet alleen naar maatregelen tegen klimaatverandering middels ‘mitigatie’ van uitstoot, maar ook naar mogelijkheden om kwetsbare bevolkingsgroepen te ondersteunen bij aanpassing aan de effecten van klimaatverandering.

Klimaatgerechtigheid wordt tenslotte ook gebruikt in relatie tot het juridische systeem, met behulp waarvan rechtvaardigheid wordt beoogd door wetgeving op het gebied van klimaatverandering.

Het Earth Charter biedt een breed gedragen mondiaal ethisch kader en bevat vele concrete aanknopingspunten voor klimaatgerechtigheid. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de opvatting dat ontwikkeling er niet om gaat – nadat aan de basisbehoeften is voldaan – almaar méér te willen hebben, maar veeleer meer te zíjn. Dit is een fundamenteel onderdeel van de culturele verandering die we nodig hebben bij de omslag naar een samenleving waarin gevaarlijke klimaatverandering wordt voorkomen. 

Geïnspireerd op het Earth Charter waren er recentelijk twee momenten waarop ik de gelegenheid kreeg om dit thema aan de kaak te stellen:

Het eerste moment was tijdens een bijeenkomst over klimaatverandering in Den Haag, georganiseerd door de werkgeversorganisatie VNO-NCW. Ik was uitgenodigd mijn visie te geven op de voorbereidingen op de Klimaattop, in het licht van het motto van 15 jaar Earth Charter: ‘One Earth Community, One Common Destiny’. In het kader van intergenerationele samenwerking nodigde ik Lavinia Warnars uit, mijn buddy bij de Young Club of Rome, sociaal ondernemer en één van de Earth Charter Vrienden. Ons verhaal was een oproep  om klimaatverandering vanuit de holistische benadering van het Earth Charter te bezien en voortaan klimaatgerechtigheid na te streven.

Het tweede moment is nu, met het delen van onderstaand verhaal van Irene Dankelman. Irene is ecoloog en internationaal onderzoeker en publicist rondom gender en klimaat en was te gast tijdens de viering van de seizoenswisseling – van zomer naar herfst – in mijn woonwerkgemeenschap de ‘Homüschumühl’. We genoten van een vegetarische en biologische seizoensmaaltijd, en van haar mooie maar alarmerende verhaal. Ze uit hierin haar zorgen én presenteert tegelijkertijd een hoopvol perspectief, geïnformeerd door het Earth Charter. Ik moedig je aan je reactie hieronder achter te laten, om jouw vragen en perspectief op klimaatgerechtigheid met ons te delen.  

Climate Justice knocks at our doors – we cannot hide away from it

Irene over klimaat “What should I tell you about the changes in our climate? Has not everything been said last year in the 5,000 pages of the reports of the Intergovernmental Panel on Climate Change (IPPC), to which 235 scientists contributed? Rising temperatures, heavy rains, dramatically dry seasons, and unpredictable weather, it is all documented and predicted in models and books. Phenomena resulting in excessive flooding and wildfires, intensified melting of ice and glaciers, dangerous sea level rise, coastal erosion and heat stress, and consequentially abrupt ànd long-term disasters.

What can I tell you about the scarcity of resources, the failing of crops, the cry for clean water? OR: What can they tell you, the thousands, the millions of people who experience the consequences in their daily lives, day after day? What can they tell you about their struggles and their rights? The women and men, the children, many of whom are living in poorer countries and regions. The people who do not have part in driving these changes, but who have to cope with all its consequences. There is no climate justice in what is happening: Those who suffer most, are those who have the least part in its causes.

Testimony: Satou Diouf, Village of Gadiag, Senegal (in: WEDO, 2008, p.26)

We the women are responsible for feeding our families. The bush has now become a desert shrub in my area and there is nowhere to go to fetch wood…..One day, unable to find enough wood after a long search, I used some branches to cook. Since the wood was not enough, I cut my plastic bassinette in pieces to fuel the fire. My bassinette was gone before I finished cooking. Then I took the wooden bench where I was seated and cut it to feed the fire. That was not enough. I also had to use my bed sheet for the fire so the food could cook. After serving the food, my mother-in-law refused to eat. She said she didn’t think food cooked with plastic bassinette and bed sheet was edible. I told her that if she doesn’t eat, the children would eat her portion. Still, she refused. (see: http://www.wedo.org/wp-content/uploads/hsn-study-final-may-20-2008.pdf, WEDO, 2008. Gender, Climate Change and Human Security: lessons from Bangladesh, Ghana and Senegal. Women’s Environment and Development Organisation, New York.)

Last week I attended a workshop in London of the project BRACED (Building Resilience and Adaptation to Climate Extremes and Disasters), and there again it was underlined by people from Uganda, Sudan, Chad, Myanmar and Burkina Faso: it are often the most vulnerable, often women and children, who are affected most by the changes in climate they are facing – but at the same time they are crucial agents of change.

In Oxfam UK’s project Sisters on the Planet the lives of ordinary women and their families in different parts of the world are showcased. The annual monsoon rains in Bangladesh are getting heavier and more unpredictable. Few people can have encountered a force of nature quite like Sahena Begum. She was quite young when she was elected as chairperson of the local disaster committee. She listens to the news and shares weather information with the community. She helps the villagers and her children to prepare for new disasters. At first there was much resistance to her leadership role, but now she is well respected by her husband, and by the men and women in her village. She keeps on preparing the community for disasters in order to secure a safer future. (see: Oxfam UK, 2008; https://www.youtube.com/watch?v=WqYgDGy8Z4M )

What is happening in our atmosphere?

During the past 130 years temperatures went up by 0.9oC. [The past 30 years have been warmer than all decennia since 1850. Worldwide, also in the Netherlands, 2014 was the warmest year since  weather observations started in 1706, and with the summer we have had, we might even exceed that record.]  Concentrations of CO2 and methane [and laughing gas] in the atmosphere have increased to levels that have not been measured since the past 800,000 years. Since the pre-industrial time, concentrations of CO2 in the atmosphere have increased with 40% due to the burning of fossil fuels, but also because of changes in land-use (including deforestation, and increased cattle rearing). (see: www.ipcc.ch)

What is needed?

Although by now almost everybody knows that climate change is mainly (hu)manmade, the measures taken so far are still haphazard and predominantly voluntary in nature.  We – or rather our governments – have agreed  in 2010, that the world should stay below the 2oC increase in temperature (compared to the situation in 1990). For many communities even that 2 degrees limit seems to come with major suffering and distress. For small island states, such as Vanuatu, for example, even an increase of  1.5oC seems to be too much, sea level rise and storm surges will overflow their land and evacuation plans are on alert continuously.

In order to stay below the 2oC limit, emissions of greenhouse gases have to get down dramatically. This means that we need a major shift in the ways we are moving, producing, communicating and warming (or cooling) ourselves. A shift to carbon-poor economies and societies is crucial. This implies not only a spectacular move towards sustainable, alternative energy-production, but first and foremost a massive saving of (our use of) energy. And we most safe our forests and prevent them from being cut or burned down or ‘cattled over’.

Since 2011 my country the Netherlands (and I am sure Germany does the same), follows the EU with its development of a climate-neutral strategic plan and signed an Energy Agreement with multiple stakeholders in 2014. This requires major investments in sustainable technology and making these available and applicable in all sectors of society. But it also demands a major level of societal awareness and support. One wonders if the implementation of these plans is really on track and if we are well aware of what steps have being taken so far?  For example: Did you know that in 2014 the UN Decade for Sustainable Energy for All (SE4All, 2014-2024) started? And what are we actually contributing to that process?

What is at stake in Paris?

The United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) – that was agreed in Rio in 1992 – says it as follows: “We have to prevent dangerous interference with the climate system.”

Although the 2 degrees limit was globally agreed, also at that level we are running behind in its realisation. That is why governments agreed in Durban in 2011 to hold a Climate Summit in Paris end of this year (2015). This is needed because the only binding protocol we have to reduce our emissions, the Kyoto Protocol,  is limited in scope and will expire in 2020 (after an extension).

Success of the UNFCCC Climate Conference in Paris (COP21) depends on the following four pillars:

  • A strong universal climate agreement/convention for 2020 and onwards;
  • Adequate and guaranteed national contributions (pledges) towards the aims of the Convention;
  • Strengthened/enhanced joint action of governments at all levels (so not only national but also local governments/municipalities) and a broad spectrum of stakeholders;
  • And last but not least: increased and adequate funding for mitigation and adaptation actions, particularly in developing countries.

What is happening?

Around the world innumerable local initiatives have been taken to enhance sustainable energy use. For example the organization Solar Sisters, a collective of 1,200 small enterprises working on solar energy, supplies 200,000 users. Solar Sisters tries to tackle energy poverty (a major problem in many developing countries) and at the same time strengthens the economic chances of women. Through ‘light, hope and opportunities’ selling points women [supply] solar lamps and cooking technologies in very isolated communities in Uganda, Tanzania and Rwanda. A similar initiative by Kopernik in Indonesia results in Ms. Ibu Leny in Kalimantan saying: “My household used to utilize two kerosene lamps every night prior to purchasing the daylight solar light. But now, I don’t need my kerosene lamps anymore. I save up to Rp.110,000 (approximately US$10) per month on kerosene, which I use to buy rice, and fuel for my husband’s boat”.

In the Netherlands  advocacy organizations such as URGENDA, are active, that hold our government accountable by its filing of a case against governmental policies. Municipalities are active as well: in Nijmegen we have Power2Nijmegen, which intends to make the city climate neutral in 30 years time, by 2045, through co-creation with many stakeholders around energy saving and sustainable energy. In Nijmegen the collective WindPowerNijmegen will supply 7,000 households with wind energy.

During the ICLEI (Local Governments for Sustainability) World Congress in April 2015 36 mayors of big to medium-sized cities signed the Compact of Mayors, and ICLEI launched its ‘Transformative Action Program’ (TAP) to enhance climate action at local and subnational level; the TAP has already received over 100 applications from cities around the world.

The Challenge is our hands:  

Next to the many actions in support of the thousands of refugees that enter Europe these days,  it is also  World Peace Week  and the UN Summit on the Post-2015 agenda (Sustainable Development Goals) is going on. Let’s finish this talk with the Earth Charter (2000). Its preamble says : “We stand at a critical moment in Earth’s history, a time when humanity must choose its future. As the world becomes increasingly interdependent and fragile, the future at once holds great peril and great promise. To move forward we must recognize that in the midst of a magnificent diversity of cultures and life forms we are one human family and one Earth community with a common destiny. We must join together to bring forth a sustainable global society founded on respect for nature, universal human rights, economic justice, and a culture of peace. Towards this end, it is imperative that we, the peoples of Earth, declare our responsibility to one another, to the greater community of life, and to future generations.”

Irene Dankelman  Homüschemühl, Keeken, Germany, 20 September 2015

Doorbraak: de nieuwe “Well-being of Future Generations Act” van Wales

jan de venis

Copyright:  Dan Green

Tijdens de “Essential ingredients for a sustainable futureconferentie in Cardiff, Wales, werd op 29 april 2015 een vernieuwende wet gelanceerd: The Well-being of Future Generations Act. Het is de eerste in zijn soort en een enorme stap in de goede richting. The Well-being of Future Generations Act bestaat uit een set geïntegreerde welzijnsdoelen waarmee zorg gedragen wordt voor het welzijn van toekomstige generatie. Deze nieuwe wet ondersteunt het Earth Charter als kader voor duurzaamheid en roept op tot samenwerking om een duurzame mondiale samenleving te realiseren, gebaseerd op respect voor de natuur, universele mensenrechten, economische rechtvaardigheid en een cultuur van vrede. Precies zoals het in de Preambule van de EarthCharter staat. Ook dat wij daarbij onze verantwoordelijkheid jegens toekomstige generaties hebben te nemen.

Lees hier het volledige artikel over de conferentie en onze bijdrage vanuit Waterlex

 

 

Het Earth Charter als ethisch fundament voor de Sustainable Development Goals

un_globalgoal_still003

Gezamenlijk blog: Door Earth Charter Vrienden Ruud Lubbers, Alide Roerink en Lavinia Warnars

Het jaar 2015 biedt kansen op een nieuw begin. Voor burgers, bedrijven en de internationale gemeenschap, om in samenwerking en hernieuwd enthousiasme gedeelde principes en doelen tot leven te brengen en daadwerkelijk te realiseren. Het Earth Charter, precies 15 jaar geleden gelanceerd, vertegenwoordigt de gedeelde principes en waarden die nodig zijn voor de omslag naar een duurzame wereld. Onder het motto ‘One Earth Community. One Common Destiny’ wordt dit jubileum in 2015 gevierd. De viering heeft tot doel het besef van universele verantwoordelijkheid aan te moedigen. Om met de eerste zinnen uit het Earth Charter te spreken

“Wij bevinden ons op een kritiek moment in de geschiedenis van de Aarde, een tijd waarin de mensheid haar toekomst moet kiezen. Nu de wereld steeds meer verweven, onderling afhankelijk en kwetsbaar wordt, houdt de toekomst zowel grote gevaren als grote beloftes in. Om vooruit te gaan, dienen wij te erkennen dat wij temidden van een schitterende verscheidenheid aan culturen en levensvormen één menselijke familie vormen en één Aardse gemeenschap met een gemeenschappelijke bestemming. Wij moeten ons verenigen om een duurzame mondiale samenleving te realiseren, gebaseerd op respect voor de natuur, universele mensenrechten, economische rechtvaardigheid en een cultuur van vrede. Daartoe is het een vereiste dat wij, de volkeren van de Aarde, onze verantwoordelijkheid jegens elkaar, jegens de grotere levensgemeenschap en jegens de toekomstige generaties openlijk uitspreken.” – Preambule Earth Charter

2015 is ook het jaar waarin de Verenigde Naties overeenstemming hopen te bereiken over een nieuwe ontwikkelingsagenda, onder de noemer ‘Sustainable Development Goals’ (SDGs). Het ziet ernaar uit dat er 17 duurzaamheidsdoelen zullen komen, die universeel – in ‘Noord’ en ‘Zuid’, ‘Oost’ en ‘West’ – nageleefd moeten worden. Dat is een keuze voor duurzaamheid, in combinatie met armoedebestrijding en het aanpakken van ongelijkheid. De VN-topconferentie over financiering van de duurzaamheidsdoelen, welke in juli plaatsvindt in Addis Abeba, vormt een belangrijke voorbereiding op de Duurzaamheidstop in New York in september. Om tenslotte uit te komen in Parijs, bij de VN Klimaatconferentie in december.

Ook de VS en China hebben afgelopen najaar een opmerkelijk initiatief genomen, op weg naar de VN Klimaatconferentie in Parijs. De VS, als technologisch meest ontwikkelde economie, en China als de demografisch grootste en snelst groeiende, hebben besloten omwille van de dreigende en nu al scherp zichtbare klimaatverandering samen te gaan werken als G2.

De Europese Unie wil bovendien met haar Energie-Unie invulling geven aan het begrip CO2-arme economieën. Dit biedt perspectieven voor samenwerking tussen Brussel en Moskou.

Dit belangrijke jaar biedt daarom veel ingrediënten om te komen tot een daadwerkelijke mondiale doorbraak. Ons voorstel is daarbij het Earth Charter te hanteren als het kwalitatieve en ethische fundament voor de SDGs, verankerd in gedeelde waarden en principes, voortgekomen uit een wereldwijde participatieve dialoog.

Uit het rapport van Ban Ki-Moon over de SDGs, ‘The Road to Dignity’, blijkt dat er meerdere overeenkomsten zijn tussen de onderbouwing voor de SDGs en het Earth Charter. Hij schrijft bijvoorbeeld: ‘[…] they have called for holistic and integrated approaches to sustainable development that will guide humanity to live in harmony with the planet’s fragile ecosystems’ (UN General Assembly, 2014,p. 8/34.). Daarnaast wordt er ook voorzichtig verwezen naar spiritualiteit: ‘The stars are aligned for the world to take historic action to transform lives and protect the planet’ (UN General Assembly, 2014, p. 6/34). Als leidraad voor de SDGs wordt gekozen voor ‘A life of dignity for all’ waarbij de ecosystemen in tact moeten worden gehouden voor huidige en toekomstige generaties. Ten slotte wordt  ‘inclusiviteit’ benadrukt: iedereen doet mee. Belangrijk is dat alle stemmen gelden, ook die van jongeren, kinderen en toekomstige generaties.

We zien duidelijk overeenkomsten tussen het Earth Charter en de agenda voor de SDGs. Beiden staan voor een holistische aanpak. Maar we zien ook een aantal belangrijke aanvullende kwaliteiten. Het Earth Charter is een handvest waarin armoedebestrijding wordt gezien als een ethische, sociale en milieuverplichting. Het spreekt niet over percentages en streefcijfers of deadlines, maar is er in deeerste plaats als moreel kompas voor alle burgers en instituties, om zich eigen te maken en na te leven. Het Earth Charter beoogt verandering door bewustwording (‘een verandering van geest en hart’), terwijl de SDGs vooral gericht zijn op beleid en politieke maatregelen.

Hoe krachtig zou het zijn als het Earth Charter en de SDGs hand in hand gaan, om elkaar te versterken? Hoe veel groter de kans op een werkelijk nieuw begin? Wij nodigen iedereen uit om het Earth Charter en de SDGs beiden ter hand te nemen en op deze plek te delen welke kansen u ziet.