Herman Mulder: “De natuur heeft ook een bankrekening nodig”

Dit interview met Worldconnector Herman Mulder is op 21/11/2017 verschenen op duurzaamheid.nl als onderdeel van hun reeks expertinterviews met mensen die Nederland met hun aanstekelijke drive, innovatieve oplossingen, diepgaande kennis en/of ondernemersgeest verder verduurzamen.

De financiële kant van een investering kan er nog zo mooi uitzien, het zegt niet alles over de waarde ervan. Misschien is het de grootste ‘les’ die Herman Mulder leerde, nog tijdens zijn lange loopbaan bij ABN AMRO, waar hij verantwoordelijk was voor het risicobeleid van de bank. Het zorgde ervoor dat hij aan de wieg stond van de Equator Principles: de voorwaarden op sociaal en milieugebied die de sector stelt aan projecten. Het was het startpunt voor zijn inzet in hele verschillende rollen. Bijvoorbeeld als voorzitter van het Global Reporting Initiative (GRI), bestuurslid bij UTZ Certified, onafhankelijk lid van OESO NCP-NL, medeoprichter van True Price, fellow bij Nyenrode en voorzitter van het SDG Charter. Welvaart en waarde breed bekijken, beoordelen en rapporteren, juist in het bedrijfsleven en de financiële sector: het is zijn persoonlijke missie geworden. Onlangs werd hij daarvoor ook bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Wat is het grootste misverstand over duurzaamheid?

‘Dat we oplossingen kunnen aandragen voor een duurzame toekomst door alleen naar financieel kapitaal te kijken. Naast financieel kapitaal moeten we kijken naar natuurlijk, sociaal, menselijk, intellectueel en geproduceerd kapitaal. Met als randvoorwaarde dat organisaties geen negatieve impact hebben. De gewenste richting is positieve impact, zoals in de Sustainable Development Goals (SDG’s) geformuleerd: het doing good. Elke vorm van kapitaal heeft kosten en opbrengsten. Op die manier heeft de natuur ook een bankrekening nodig, want voor ‘diensten van het ecosysteem’ zouden we ook moeten betalen. Dat zijn aspecten die we niet terugzien in de huidige financiële analyses. Een voorbeeld is de prijs van CO2-uitstoot: die nemen we niet mee in investeringsbeslissingen. Er wordt wel steeds meer druk uitgeoefend om dit als voorwaarde op te nemen. Maar dat is nog maar het begin. Het is veel groter. Op dezelfde manier moet je mensenrechten, de prijs van water, beschikbaarheid van land en vergelijkbare zaken meenemen in de beslissing. Al die zogenaamde externe effecten zouden we structureel moeten beoordelen. Daar is True Price mee bezig. Het team heeft daarvoor een geweldige, innovatieve en praktische methodologie ontwikkeld.’

Welke bijdrage wil jij vanuit jouw rol leveren aan een duurzaam Nederland?

‘Bij alles wat ik doe, neem ik deze zienswijze mee. Ik ben medeoprichter van True Price en bij diverse andere initiatieven betrokken (geweest) waar we dit uitgangspunt vanuit verschillende invalshoeken in de praktijk brengen. Bij Neyenrode ben ik als fellow met enkele andere collega’s bezig met een onderzoeksprogramma onder de noemer making markets fit for purpose. Daar denken we na over prijsvorming en de manier waarop de overheid en het bedrijfsleven transparanter kunnen zijn over de impact van hun eigen activiteiten of producten op de samenleving. En hoe wetgeving en beleid daarin ondersteunend kunnen zijn. Zowel bij de overheid, de financiële sector als het bedrijfsleven proberen we het bewustzijn te vergroten dat er veel meer is dan de prijs en de winst- en verliesrekening van een bedrijf.’

‘In dat onderzoek wordt bijvoorbeeld duidelijk dat de relatie tussen boekwaarde en marktwaarde van het bedrijf sterk veranderd is, terwijl accountancy nog uitgaat van de oude regels. In 1975 was de boekwaarde van een bedrijf goed voor 80% van de marktwaarde (koers van de aandelen). Nu is dat nog maar 20%. De regels van de accountant zijn geen reflectie meer van de waarde die aan een bedrijf wordt toegekend. Accountants moeten veel breder kijken naar een bedrijf, niet alleen naar de risico’s en de financiële positie. Gelukkig wordt het fenomeen van integrated reporting en integrated thinking steeds belangrijker. Vanuit GRI, waar ik jarenlang voorzitter van ben geweest, hebben we daar een grote bijdrage aan kunnen leveren. Het is nu onderdeel van de wetgeving in Nederland om veel meer duurzaamheidsinformatie beschikbaar te stellen. Maar dat zien we nog niet terug in de financiële cijfers van bedrijven. Dat komt omdat het kwalitatief gemeten wordt en we moeten proberen om dit meer kwantitatief te maken. Dan kom je weer uit bij True Price.’

Wie is je inspiratiebron?

‘Als je aan den lijve ondervindt dat iets niet klopt, kan dat inspireren om het beter te doen. Ik heb dat in 1998 meegemaakt in mijn werk bij ABN AMRO. Milieudefensie klopte toen aan met een klacht over een mijnbouwproject in Indonesië. Dat ging onder andere over onveilige werkomstandigheden en milieuvervuiling. Dat was mijn wake-up call om anders te kijken naar de financiering en beoordeling van projecten. Dan zijn er nog de mensen die me inspireren. Vanuit het bedrijfsleven zijn dat Feike Sijbesma (DSM) en Paul Polman (Unilever). Maar ook Frank Elderson van De Nederlandsche Bank. Ik vind dat hij vanuit zijn rol als toezichthouder heel veel doet om de financiële sector in Nederland mee te nemen op dit pad. De vierde persoon is professor Mervyn King, grondlegger van multi-stakeholder en langetermijndenken als onderdeel van goed bestuur. Hij is op dit moment voorzitter van de International Integrated Reporting Council (IIRC) en was mijn voorganger als bestuursvoorzitter bij GRI.’

Wat is er volgens jou nodig om een volgende stap te zetten richting verduurzaming?

‘De implementatie van de Sustainable Development Goals kan effectiever; dat is de volgende stap. Daarvoor hebben we vanuit het SDG Charter Symfonie opgezet. Dat is een publiek-private samenwerking waarbij we ideeën en innovaties uit de maatschappij samenbrengen om elk doel te realiseren. Dat doen we door challenges te organiseren. Vervolgens moeten daar dan fondsen worden gezocht om het ook daadwerkelijk uit te kunnen voeren.

Een tweede stap is dat we moeten kijken naar het regeerakkoord. Hoe kunnen we er nog een schepje bovenop doen om de SDG’s te realiseren? Natuurlijk kunnen we dat met het SDG Charter oppakken, maar ook vanuit andere platformen. Dit is ook meteen een oproep om die ideeën aan te dragen bij het SDG Charter.’

Waar droom jij van?

‘Ik droom ervan dat we vieren dat de SDG’s zijn behaald, op 25 september 2030. Dat we dan samenzitten en zeggen: we hebben het toch maar gedaan. Ik hoop dat we dat met bovenstaande stappen van de grond krijgen.’

Wat moeten we vanavond lezen/kijken/luisteren ter inspiratie?

Doughnut Economics van Kate Raworth vind ik een must. Het heeft alles te maken met grenzen: we moeten leren leven met grenzen van ecosystemen. In onze huidige economie zetten we grote druk op de natuur, op sociale systemen en op mensen. Daar moeten we zorgvuldiger mee omgaan. Een tweede titel is Chief Value Officer van professor Mervyn King. Het sluit aan bij wat ik vertelde over verschillende kapitalen en waardecreatie op lange termijn. En dan niet meer alleen financieel, maar ook op alle andere terreinen.’

U kunt het originele interview lezen via deze link.

 

Twee maanden na de lancering: Worldconnectors Mark Schneiders en Floor van Uhm over het SDG House

Het is nu iets meer dan twee maanden geleden dat het SDG House gelanceerd is tijdens de SDG Impact Summit op 25 september bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Hoe wordt teruggekeken op de lancering? Wat is er in de afgelopen maanden gebeurd binnen het SDG House? En wat staat er op de planning voor 2018? Stagiair Eveline Winkel sprak hierover met Worldconnectors Mark Schneiders en Floor van Uhm.

 

 

Succesvolle opening

Op 25 september 2017 is het SDG House officieel geopend in het KIT in Amsterdam. Mark Schneiders en Floor van Uhm zijn tevreden over de lancering. Tijdens de lancering heeft het SDG House veel media aandacht ontvangen. Ook de adoptie van de Sustainable Development Goals (SDGs) door Kamerleden is niet onopgemerkt gebleven en recent benoemd door de nieuwe Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag. Mark: “Het SDG House speelt dus ook in op de behoefte om op politiek niveau aan de slag te gaan met de duurzame ontwikkelingsdoelen.” Floor: “Ook Mark Rutte heeft de SDGs genoemd als één van de drie topprioriteiten waar Nederland zich in 2018 als tijdelijk lid van de Veiligheidsraad op gaat richten.”

Opening SDG House. Foto: Branko de Lang

Positieve ontwikkelingen

De afgelopen twee maanden is er binnen het SDG House veel gebeurd.  Mark en Floor laten weten dat ze door verschillende organisaties zijn benaderd om samen te werken aan de doelen. Mark: “We merken dat er veel vraag is naar een fysieke ruimte om samen aan de SDGs te werken.” Ook binnen het SDG House wordt sinds de lancering in toenemende mate samengewerkt door de bewoners. In het gebouw huist de organisatie KIT Royal Tropical Institute, een onafhankelijk kennisinstituut dat haar kennisactiviteiten focust op gezondheidszorg en duurzame economische ontwikkeling, met gender als doorsnijdend thema. Daarnaast huisvest het KIT-gebouw ook 50 organisaties die allemaal bijdragen aan een duurzame wereld. Er zijn de afgelopen maanden verschillende community meetings georganiseerd waarbij de SDG House inwoners elkaar beter hebben leren kennen, in kaart is gebracht op welke SDGs de organisaties werken en hoe samen kan worden opgetrokken in het realiseren van de doelen. Floor: “De afgelopen twee maanden hebben we dus vooral aan ‘SDG 17: Partnerschappen voor de doelen’ gewerkt. Dit is heel belangrijk, want samenwerking is cruciaal om alle doelen te behalen in 2030.”

Volgend jaar

Mark en Floor hopen dat er volgend jaar een aantal concrete projecten worden uitgevoerd door de SDG House community. Floor: “De community wordt nu opgebouwd, mensen leren elkaar kennen en zijn samenwerking op de verschillende doelen aan het verkennen.”  Verder is het de bedoeling dat het SDG House komend jaar naast een fysieke ontmoetingsplaats ook een online community wordt, met een internationale focus.  Mark: “Er bestaat nu een SDG House community software, maar deze is op dit moment alleen intern beschikbaar en wordt komend jaar uitgebreid naar mensen en organisaties van buiten het KIT. Op deze manier wordt het makkelijker om externe samenwerking voor projecten te organiseren, oproepen te plaatsen en bijeenkomsten te organiseren”. Ook Café de Tropen en Amsterdam Tropen Hotel doen mee met het SDG House. Mark: “In 2018 zullen zij een nog duurzamer assortiment aanbieden en de mogelijkheid aan partijen bieden om specifieke SDG borrels te organiseren”.

Over samenwerking met Worldconnectors zijn Mark en Floor enthousiast. Floor: “Het SDG House functioneert een beetje zoals Worldconnectors. Er vindt veel samenwerking plaats tussen organisaties uit verschillende sectoren”. Mark: “Er zijn ook verschillende Worldconnectors direct betrokken bij het SDG House. Voor wie interesse heeft: alle Worldconnectors zijn welkom om mee te denken en aan te sluiten bij onze groeiende SDG House community.”

Klik hier voor een video over het SDG House.

 

Circles of 17: een inspirerend nieuw SDG project

Woensdag 8 november vond de eerste versie van Circles of 17 plaats. Dit is een initiatief van Worldconnector Alide Roerink en Veronique Swinkels. Stagiair Eveline Winkel was hierbij aanwezig en schreef hier een verslag over.

Op 8 november 2017 kwam een groep van 14 mensen bij elkaar bij Iona in Amsterdam voor de eerste versie van Circles of 17. Dit is een project van Global Goals Accelerator. Het doel van deze Circles of 17 is om de agenda van 2030 met de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDGs) naar alle lagen van de samenleving te brengen. In deze cirkels zullen verschillende personen samenkomen, waarbij elke persoon goalkeeper is van één SDG. Tijdens deze sessies zullen de deelnemers samen deze SDGs bespreken en nadenken over de uitdagingen en oplossingen. Door middel van de Circles of 17 zal meer bekendheid voor de SDGs te gecreëerd moeten. Het is nodig om deze 17 doelen te verduidelijken zodat er door de deelnemers aan deze cirkel meer mee kan worden gedaan en eventueel nieuwe projecten ontwikkeld kunnen worden. In 2020 zouden er 1000 van deze Circles of 17 moeten zijn.

De Circle of 17 van woensdag 8 november was de eerste keer dat dit idee in de praktijk werd gebracht. De aanwezigen waren door de initiatiefnemers uitgenodigd en waren mensen die zouden kunnen bijdragen aan het verder ontwikkelen van dit project. Doel van deze eerste cirkel was dus vooral om het concept uit te testen en te bespreken. Iedere aanwezige koos aan het begin van de dag één  of twee SDGs waar zij deze dag goalkeeper van wilden zijn. Na het voorstelrondje, waarin iedereen vertelde waarom zij deze SDG hadden gekozen, bleek dat de aanwezigen bij deze cirkel goed wisten waar ze het over hadden en vaak al met hun doel bezig waren. Ze wisten allemaal al veel te vertellen over de SDG die ze gekozen hadden en de gedachten die daarover in hun opkwamen.

Vervolgens was het tijd om in tweetallen de gekozen SDGs te bespreken. Doel van deze gespreken was om een persona te bedenken die er beter van zou worden als “jouw” SDG gehaald zou worden. Ook kreeg elke deelnemer een papier waarop verschillende gedachten konden worden opgeschreven, bijvoorbeeld over de reden dat je goalkeeper van deze SDG wilde zijn, de projecten die je er al over kende, prioriteiten en wat je over jouw SDG voelde, dacht, wilde zeggen of doen. De deelnemers kwamen met creatieve ideeën en de persona die zij hadden bedacht waren vaak erg origineel. De toekomstige generaties werden bijvoorbeeld meerdere keren genoemd als persona waar SDGs voor zouden moeten worden uitgevoerd. Tijdens dit gesprek werden de onderlinge connecties tussen de verschillende SDGs ook vaak benadrukt. Dit was een goede manier om beter na te denken over wat deze SDG betekent, wat eraan gedaan zou kunnen worden en wat ermee bereikt zou worden. Daarnaast was het interessant om de perspectieven en ideeën van anderen te horen en hierdoor geïnspireerd te worden. Volgens een van de deelnemers was deze oefening ook goed om gedachten die je te binnen schieten, als je nadenkt over bijvoorbeeld een SDG, op een snelle en meer inspirerende manier op te leren schrijven.

Verder werd tijdens deze cirkel besproken hoe de toekomst van het Circles of 17 project eruit zou kunnen zien.  Van tevoren was aan de deelnemers gevraagd om na te denken over drie vragen:

  • Wat zou de toegevoegde waarde kunnen zijn van een Circle of 17?
  • Wat is er nodig om een Circle of 17 goed te laten functioneren?
  • Ken je relevante projecten, initiatieven of structuren die direct gerelateerd zijn aan de SDGs?

De aanwezigen waren erg positief over het idee, maar kwamen ook met een aantal kritische punten. Wat moet worden voorkomen is dat er teveel overlap zal zijn met initiatieven en ideeën die al bestaan, ook als deze zich misschien niet specifiek op de SDGs richten. De toegevoegde waarde van de Circles of 17 zou zijn om mensen samen te brengen en te laten werken aan doelen waar zij zich aan verbonden voelen. Op deze manier kunnen zij hier actief mee bezig zijn en worden geïnspireerd door de andere deelnemers aan de Circle. Uiteindelijk kunnen zij zo meer mensen bereiken en motiveren om zich ook in te zetten voor de SDGs.

Om een Circle of 17 goed te laten functioneren, zijn misschien verschillende strategieën nodig zijn om verschillende doelgroepen te bereiken, te laten meedenken binnen een cirkel en te motiveren om na de cirkel meer met de SDGs te gaan doen. Verder werd ook genoemd dat het goed zou zijn om juist mensen met verschillende, gevarieerde perspectieven binnen een Circle samen te brengen en samen te laten werken. Op deze manier kunnen de aanwezigen kennis maken met de ideeën van anderen en hierdoor inspiratie op doen. Wat een van de deelnemers liet weten was dat er nog meer gediscussieerd mag worden over de manier waarop het project wordt uitgevoerd. Dit kan zoals op deze dag rondom de verschillende doelen zijn, maar het zou ook goed kunnen zijn om een project te vormen rondom belangrijke vragen.

Als laatste werd geïnventariseerd welke relevante projecten en initiatieven de aanwezigen kenden. Deze werden bijgehouden door de organisatoren. Op deze manier kan er een duidelijk overzicht worden gemaakt van bestaande organisaties en initiatieven die met de SDGs bezig zijn, op lokaal, nationaal, Europees en globaal niveau. Deze eerste Circle, die de Circle of 17: Originator genoemd zal worden, zal functioneren als advisory board over dit project.

Al met al was het een interessante bijeenkomst waarbij veel van gedachten gewisseld is over de SDGs en het Circles of 17 project en op en creatieve manier over deze onderwerpen nagedacht kon worden. Het is zeker een goed project waar veel mee bereikt kan worden wanneer het verder ontwikkeld wordt. Een van de deelnemers was van mening dat het een groep is met veel potentie om vooruitgang naar de Global Goals te versnellen. Het is dan ook zeker positief dat deze groep heeft afgesproken in de toekomst vaker bij elkaar te komen om hieraan te werken!

Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Alide Roerink ([email protected]) of Veronique Swinkels ([email protected]) (ook bereikbaar via 0651572672).

 

Blog Hugo von Meijenfeldt: Waarom u Fikkie niet uw portie moet geven

Deze blog is eerder geplaatst op de SDG Nederland website en een verkorte versie van deze blog voor ondernemers is gepubliceerd op www.degroenepluim.nl. 

Wordt het u ook allemaal wat veel? Terwijl u als ondernemer heel druk bent de bedrijfsvoering elke maand en elk jaar gezond af te sluiten, krijgt u golven boodschappen over u heen hoe het beter moet. Als u al tijd heeft ze te lezen zal het u opvallen dat de samenhang ver te zoeken is. Om maar eens een rijtje te noemen: transparantie, afval, veiligheid, energie, mensenrechten, belastingontwijking. Kan er niet eens een verhaal komen waarin alles in samenhang is opgenomen?

Wat kunt u doen?

Dat verhaal bestaat: Agenda 2030. Bedrijven, het maatschappelijk middenveld, kennisinstellingen en de overheden moeten samen tegen die tijd 17 doelen hebben behaald, hier en in het buitenland. De lijst is niet alleen volledig, maar ook ondeelbaar, alles hangt met alles samen om succes te hebben.

Na een korte blik op die 17 doelen zult u concluderen dat u daar al veel aan doet. Maar het is goed eens te kijken of er nog onderdelen missen en of uw koers wel de juiste is. Daarbij hoeft u niet te kijken of u de wereld kunt redden, maar liever of uw verdienmodel, uw risico’s en uw maatschappelijke zorgvuldigheid wel op deze manier beoordeeld zijn. Ook kunt u uw inkoop en verkoop hierop nalopen. Wist u dat bedrijven die dit huiswerk goed doen gemiddeld 30% beter renderen?

Simpel is dit huiswerk eerlijk gezegd niet. Daarom is het handig het met grotere en deskundiger partijen op touw te zetten, zoals met uw branchevereniging, uw leveranciers/afnemers, uw huisbankier of uw accountant. Zij kunnen u adviseren over uw strategie, over uw doelen op middellange termijn en over uw rapportage. Al deze partijen met wie u dagelijks te maken heeft vergroten kun kennis over de SDGs regelmatig. Ik kom ze vaak tegen op conferenties, workshops en masterclasses.

Duurzaamheid is de toekomst

Denkt u toch nog ‘geef mijn portie maar aan Fikkie’? In dat geval moet u er op voorbereid zijn dat uw leverancier opeens weigert om bepaalde onduurzame producten of diensten nog langer aan u te leveren en de afnemer weigert deze nog langer van u af te nemen. Het duurzaam inkopen bij bedrijven en overheden neemt met horten en stoten toe. Nog zoiets: uw huisbankier kan zeggen niet langer krediet te verstrekken voor bepaalde onduurzame activiteiten. En uw accountant kan weigeren nog langer een goedkeurende verklaring te geven vanwege het ontbreken van niet-financiële informatie. Tenslotte is het niet uitgesloten dat de overheid over enkele jaren met strengere regels komt.

Nu weet u dus dat het beter voor uw bedrijf is om duurzaam te zijn, dat u assistentie bij dit moeilijke werk kunt krijgen en dat meedoen in feite uw enige overlevingsstrategie is. Agenda 2030 is geen portie voor Fikkie, maar het goede verhaal voor uw gezonde bedrijf.

 

Worldconnectors op UvA Career Event

Afgelopen donderdag 9 november waren coördinator Sander van ’t Foort en stagiair Eveline Winkel aanwezig bij het career event van de Universiteit van Amsterdam om een stage bij Worldconnectors te promoten onder de studenten.

We zijn nog steeds op zoek naar een stagiair Communicatie en Evenement vanaf eind januari/begin februari en deze uitnodiging van de UvA was een mooie kans om deze stage nog meer onder de aandacht te brengen van Amsterdamse studenten. Worldconnectors had een stand op de informatiemarkt, die als thema duurzaam ondernemen had. Er stonden verder nog ongeveer 15 andere bedrijven en organisaties, die ook stages en banen aan te bieden hadden rond dit thema. 14.000 studenten hadden zich aangemeld voor de dag, dus het was gezellig druk. De hele middag, die van 12.00 tot 17.00 duurde, waren er veel studenten op de markt aanwezig.  Er was dan ook veel interesse van de studenten voor Worldconnectors. Wij hebben veel studenten van verschillende studies gesproken, waarvan een aantal erg geïnteresseerd leek te zijn. We hopen dat we hierdoor veel reacties zullen krijgen van deze studenten op de vacature van stagiair, in januari of in de toekomst. Voor ons was het een geslaagde dag!

Er kan nog steeds gereageerd worden op de stagevacature . Wij hopen ook dat jullie deze vacature kunnen delen in jullie netwerk.

Boek Sandra Rottenberg: De sigarenfabriek van Isay Rottenberg

Worldconnector Sandra Rottenberg heeft samen met haar nicht Hella Rottenberg een boek geschreven dat op 1 november 2017 is uitgekomen. Hieronder vind u meer informatie over dit boek en de presentaties:

De sigarenfabriek van Isay Rottenberg

De verborgen geschiedenis van een joodse Amsterdammer in nazi-Duitsland

Niemand, noch onze grootvader, noch onze vaders, had ons er ooit iets over verteld. Tot een oproep over geroofd joods bezit ons op het spoor brengt van de sigarenfabriek die onze grootvader in 1932 overnam in het stadje Döbeln bij Dresden. Niet zomaar een fabriek, maar de modernste van Duitsland, waartegen de concurrenten fel campagne voeren. In Duitse archieven vinden we een schat aan documenten, waarin op de voet te volgen is hoe de Nederlands-joodse ondernemer Isay Rottenberg onverschrokken strijd levert om zijn bedrijf in nazi-Duitsland te behouden.

Waarom stapte hij in dit avontuur? En waarom bleef hij toen Hitler een half jaar later aan de macht kwam? Het boek is de weerslag van onze speurtocht: geschiedenis en familieverhaal in één.

 

 

De komende tijd houden we verschillende presentaties rond het boek, bijvoorbeeld op:

19 november om 14.00 uur in het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam (aanmelden via [email protected])

‘Wat een man … wat een verhaal …wat een tijd … verleden tijd? Of valt daar ook nu iets van te leren? Ademloos leesvoer.’ – Job Cohen

‘Een meeslepend verhaal, vol inkijkjes in de vooroorlogse machtsuitoefening door de nazi’s’ – Jolande Withuis

Hella Rottenberg (1955) is journaliste en schrijfster. Ze is medeoprichtster van het digitale kennisplatform RaamopRusland.nl.

Sandra Rottenberg (1960) werkt als zelfstandig programmamaker voor culturele, politieke en wetenschappelijke organisaties, voor radio en televisie.

Over het verhaal van hun grootvader maakten ze eerder voor VPRO de radiodocumentaire Niet bang te krijgen.

Paperback | 288 blz. | isbn 978 90 450 3102 6 | €21,99 | verschijnt ook als e-book

 

Louise Vet en Tjeerd Jongsma: Geen voorstander van CO₂-opslag

Een aantal weken terug werd het nieuwe regeerakkoord gepresenteerd. Hierin stond een aantal punten over CO₂-gebruik en -opslag. Stagiair Eveline Winkel sprak met Worldconnector Louise Vet, tevens de directeur van het NIOO, en ISPT directeur Tjeerd Jongsma over de plannen van de nieuwe regering met CO₂-opslag en alternatieve mogelijkheden.

Ambitieuze plannen voor CO₂-reductie

Louise: “Er is veel discussie over de 49 procent CO₂-reductie. Ik denk dat het een goed idee is dat Nederland hier erg ambitieus in is. Het zal inderdaad heel veel geld gaan kosten, maar het wordt enorm ondergewaardeerd wat zo’n transitie aan economische mogelijkheden levert. Het biedt veel kansen om Nederland met onze kennis verder te brengen. Ambitie is nooit weg, dat leidt tot innovatie, en innovatie leidt weer tot de mogelijkheid om je te profileren met je kennis en kunde. Het lijkt dus onwijs duur, maar anders moet je deze kennis en kunde ergens anders vandaan halen en dat kost ook veel.”

“Ik denk dat de CO₂-prijzen omhoog gebracht moeten worden. Dan zal het in de huidige economie al echt omgaan. Als je als overheid CO₂ gaat beprijzen en reduceren, dan moeten er andere dingen mee gedaan worden. Er bestaan technologieën waarvan al bewezen is dat ze werken. We stimuleren deze niet genoeg, waardoor ze niet genoeg op het netvlies staan. Er moet samen met de grootgebruikers aan tafel worden gezeten om met hen te bespreken wat we hier aan kunnen doen.”

CO₂-opslag

Zowel Louise als Tjeerd zijn geen voorstander van CO₂-opslag. Tjeerd: “Het kost veel geld en uiteindelijk wordt het probleem er niet mee opgelost, want we blijven nog steeds fossiele brandstoffen gebruiken. We stoppen CO₂ onder de grond en dan doen we net alsof we duurzaam zijn, maar dat is natuurlijk niet zo. Het is een eindige oplossing, en daarnaast blijf je met dit systeem wel in fossiel investeren.”

Louise: “Ik denk dat het wetenschappelijk veel interessanter zou zijn om  CO₂  te hergebruiken. Dan kom je op Carbon Capture Utilization (CCU) in plaats van Carbon Capture Storage (CCS). CCU wordt op dit moment gezien als de toekomst. We zullen in de toekomst ook steeds meer  CO₂ uit de lucht kunnen halen. Er staat bijvoorbeeld al een fabriek in Zwitserland die dit doet. Die CO₂ kan onder andere worden gebruikt voor planten in kassen, hoewel dit nog wel een heel kostbaar proces is. Ook de grote producenten van CO₂ zien het als de toekomst om CO₂ te gebruiken in plaats van in de grond te stoppen, en deze zijn dus ook erg verbaasd over het regeerakkoord.”

Voorbeelden van CO₂-hergebruik

Tjeerd: “Ik denk dat we moeten investeren in de zon en de wind. In Nederland, maar ook in landen zoals Australië of Dubai, zouden we nog goedkoper zonne- en windenergie kunnen genereren. In deze landen is zonne-energie ook veel goedkoper dan fossiele energie. Wat dan interessant is om naar te kijken is wat er met de koolstof gaat gebeuren. We zijn nu aan het kijken of het mogelijk is om een symbiose te kunnen maken tussen de staalindustrie en de chemische industrie. De staalindustrie gebruikt koolstof om ijzer te maken van ijzeroxide. Daar gebruiken ze veel kolen voor. Uiteindelijk houden ze dan ijzer over, en koolstofoxide, dus CO2. Maar het wordt niet allemaal CO2, het wordt ook koolstofmonoxide. En die koolmonoxide is de basis voor de chemie. Met waterstof en koolmonoxide kan je alles wat ook gemaakt is van fossiele oliën produceren. Waterstof kun je heel goed maken met duurzame energie. Met koolmonoxide en waterstof kunnen dan alle olieproducten, zoals plastics, gemaakt worden. Als we vervolgens die plastics gebruiken en daarna weer terugbrengen naar de staalindustrie, kan de staalindustrie weer met die plastics nieuwe ijzeroxides reduceren. Zo kan het plastic weer worden teruggebracht naar ijzer. Op die manier hebben we een interessante cyclus gemaakt.”

 

 

 

 

 

 

Louise: “Een mooi voorbeeld van wat je met CO₂  en zonne-energie kan doen is een pilot in Finland, de Soletair-installatie. Dit is een proefaccommodatie die laat zien dat je wat voor producten, bijvoorbeeld plastics, allemaal van CO₂ gemaakt kunnen worden.”

Samenwerken met industrieën

Tjeerd: “Ik denk dat de regering samen met de industrieën moet gaan bouwen aan een duurzame energievoorziening. Er kan samen met bedrijven die hier ook aan willen werken, zoals Nuon en Alliander en daarnaast de staalindustrie en de chemie, bijvoorbeeld AkzoNobel, al heel gauw een treintje  worden gemaakt van industrieën om de CO₂  te hergebruiken. Dat is veel interessanter dan CO₂   onder de grond stoppen als cadeautje voor de volgende generatie, want dat vind ik vrij asociaal.”

“Een bedrijf zoals Nuon zou hier graag aan meewerken. De koolmonoxide die nu uit de staalindustrie komt wordt door Nuon gebruikt om energie op te wekken. Deze koolmonoxide wordt verbrand en  dat wordt dan CO₂ . Deze centrale stoot dus ongelooflijk veel CO₂ uit per kilowatt uur opgewekte stroom. Zij willen daar graag vanaf, en als we koolmonoxide kunnen hergebruiken in de chemische kringlopen zou dit een enorme besparing zijn. Ik denk dat het goed zou zijn als we dit in Nederland ook zouden doen. CO₂  onder de grond stoppen kost miljarden. Als we dit geld dan toch investeren dan kunnen we beter in hergebruik investeren, dan bouwen we tenminste ook aan de toekomst.”

Andere interessante duurzame innovaties

Louise: “Een voorbeeld van een interessante innovatie is dat we sinds 2011 bij het NIOO-KNAW alle opgewekte warmte uit thermische zonnepanelen en de warmte uit het gebouw (van de servers, vriezers etc.) en van de (gesloten) kassen, op 300 m diepte opslaan in de bodem. Om het weer te kunnen gebruiken in de winter. Dat levert, samen met een gewone WKO (warmte-koudeopslag),  een flinke energiebesparing op.  Het zelfde principe wordt nu gebruikt door Koppert Cress, een grote producent van unieke planten. Dit is ook echt een voorloper. Het zijn vaak initiatieven van bedrijven om het anders te gaan doen, en ze laten zien dat het ook kan!”

Veel steun voor Ombudspersoon Toekomstige Generaties tijdens deelsessie op 25 september

Aansluitend bij het basisprincipe van de SDGs; ‘for now and future generations’ hadden we een inspirerende sessie over hoe we in Nederland opkomen voor de belangen van toekomstige generaties.

Aan de ronde tafel in de directeurskamer van het kersverse SDG House in het KIT, kwamen 17 mensen samen vanuit diverse achtergronden. De lege stoel die de stem vertegenwoordigde van toekomstige generaties bleek al voelbaar, zo werd opgemerkt tijdens de geanimeerde uitwisseling van gedachten.  Jongeren actief binnen diverse netwerken en maatschappelijke organisaties, leidinggevenden uit gezaghebbende instituten als het Vredespaleis, een  vertegenwoordiger van de Gemeente Amsterdam, bankiers, fondsbeheerders en juristen. Zonder uitzondering stelden zij zich achter de plannen voor een Lab Toekomstige Generaties. Daarbij werd aanbevolen altijd ruimte te houden voor nieuwe inzichten in de opzet en werkwijze en deze zelfs te creëren. “De enige constante is de verandering”. We kunnen de toekomst niet kennen, maar het is urgent intergenerationeel te gaan leren denken en handelen.

Jannet Vaessen (directeur WomenInc) presenteerde het plan van de Worldconnectors Werkgroep Toekomstige Generaties voor een Lab voor Toekomstige Generaties. Dit deed zij samen met werkgroepleden Alide Roerink, Marga Boneschansker en Lynn Zebeda.

Het Lab zal de Ombudspersoon Toekomstige Generaties herbergen en daarnaast ook fundamenteel onderzoek tot stand brengen naar toekomstgericht denken en handelen. Op de lange termijn zal er ook een focus komen op onderwijs en bewustwording en op het agenderen van urgente kwesties.

Daarbij zal het Lab zich baseren op het Earth Charter en de SDGs, met een focus of SDG 16 over  rechtvaardigheid, mensenrechten, vrede en inclusieve instituties en SDG 17 over de samenhang en samenwerking tussen SDGs. Verankering in de samenleving zal tot stand komen door een in te richten, zeer divers samengestelde, Toekomstraad. Deze Raad voor de Toekomst zal vragen uit de samenleving wegen en uitspraken over urgente kwesties onder de aandacht brengen. Dit alles met het doel dat verantwoordelijk denken en handelen met het oog op toekomstige generaties gemeengoed wordt in de samenleving.

Op de vraag of dit initiatief een verschil kan maken en een meerwaarde kan bieden, waren de reacties unaniem positief. Tevens was men het eens dat, juist in een tijd dat er in de samenleving veel kortetermijndoelen worden nagestreefd en ook op basis daarvan besloten wordt, juist dit langetermijndoel gemeengoed zou moeten worden. Dat zou ook de overheid betrouwbaarder kunnen maken. De vraag naar verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties wordt nu nog niet opgepakt.

De aanwezige deelnemers brachten nieuwe ideeën en vragen op tafel. Zo werd benadrukt dat het Lab zich voortdurend zal moeten inzetten om alle diverse geluiden uit de samenleving op te vangen en in hun onderzoek dus oog te houden voor de verschillende perspectieven. De vraag ‘wie hoort de Ombudspersoon’ is van belang. Tevens werd aangegeven dat de vorm van de dialoog en belangenbehartiging niet in steen gegoten moet worden, maar regelmatig geëvalueerd dient te worden, of liefst voortdurend, door verandering in te bouwen in flexibele werkvormen.

Vanuit het meerdere perspectiefgedachte kunnen ook de kunsten een belangrijke rol spelen in het leren inclusief te denken en handelen.  Tevens werd aangegeven dat in het onderwijs ook al gekeken wordt naar het next generation perspectief, maar dat het ingewikkeld blijkt om hier inhoud en vervolgens een stem aan te geven. Hoe gaan we om met een onderwerp waar we de impact in de toekomst nog niet goed kunnen bedenken. Hoe gaan we om met het niet weten?

Jannet noemde de dilemma’s die als voorbeeld in het conceptplan staan beschreven. Alle 3 de voorbeelden werden gezien als onderwerpen die het Lab kan gaan oppakken. Het debat daarover vond men interessant. De diverse perspectieven die mogelijk zijn werkten als een eyeopener, waarbij een keuze voor een positieve benadering bij mogelijke programma’s werd benadrukt. Bijvoorbeeld: ga je op scholen een week aandacht geven aan het tegengaan van pesten, of een week ‘voor elkaar’?

Een suggestie is dat intergenerationeel denken en handelen al meer aanwezig is in familiebedrijven. Daarvan kunnen we leren. Historisch besef is er ook op landgoederen, waarvoor oude wetgeving geldt, daar liggen de lessen voor het oprapen.

Het idee voor een Lab/Atelier Toekomstige Generaties, inclusief een Ombudspersoon, werd breed gedeeld door de deelnemers. Er was veel animo om mee te denken en dragen. De Ombudspersoon is daarmee een bouwsteen in het lab. In de oprichtings- of verkenningsfase om tot dit initiatief te komen werd aanbevolen om sessies zoals op 25 september te blijven houden. Zo gaat het breder leven in de samenleving, en kunnen meerdere kringen inbreng leveren. Alle geluiden in de samenleving horen blijft de motor. Als advies werd nog meegegeven om te blijven richten op het positieve doel en niet te vechten tegen het momenteel bestaande onrecht.

Direct na de deelsessie, met 450 deelnemers aan de SDG Impact Summit bijeen in de grote zaal van het KIT, kwamen de politieke jongerenorganisaties (PJO’s) aan het woord. Zij stelden de Ombudspersoon Toekomstige Generaties voor aan de aanwezige Tweede Kamerleden. Zij motiveerden dit voorstel als implementatie  van punt 3 uit het Aarde Manifest, opgesteld en ondertekend in februari 2017 door alle PJO’s in samenspraak met Jan Terlouw. Hierop vroeg de moderator van de SDG Impact Summit aan alle aanwezigen: “Wie vindt de Ombudspersoon Toekomstige Generaties geen goed idee?” Een langere stilte in deze grote zaal hadden we nog niet meegemaakt. In de aandachtige stilte lag de brede steun besloten voor de functie van de Ombudspersoon Toekomstige Generaties.

 

Blog Naema Tahir: Rekening houden met migranten in de kleedruimte is verstandig

Deze blog is op 12 oktober 2017 geplaatst op Trouw.

Tijdens mijn basisschooltijd had je in het zwembad, behalve de individuele hokjes die we als kinderen niet mochten gebruiken, twee soorten collectieve kleedhokken. Een voor de meisjes en een voor de jongens.

Op dit moment, drie decennia later, kom ik weer veel in het zwembad, omdat mijn dochter zwemles heeft. Tot mijn verbazing blijken er nu meer collectieve kleedhokken te zijn. In het zwembad van mijn dochter telde ik er maar liefst vier: een kleedhok voor meisjes met moeders, een voor meisjes met moeders of vaders, een voor jongens met moeders en ten slotte een voor jongens met moeders of vaders.

In deze indeling zie ik een constante: de traditionele scheiding tussen meisjes en jongens, die vroeger bestond en nu dus nog steeds in ere wordt gehouden.

Er is echter ook iets toegevoegd aan wat ik vroeger kende, namelijk separate kleedhokken voor begeleidende moeders. Waarom is dat het geval? De reden is helder: er zijn veel moeders, doorgaans gelovige immigrantenvrouwen, die geen kleedhok willen of mogen delen met vaders. Zelfs al gaan niet zij, maar hun kinderen uit de kleren.

Ik kan me best voorstellen waarom het zwembad dit systeem heeft ingevoerd. Voor mensen die uit een cultuur komen die veel meer dan in Nederland een scheiding kent tussen mannen en vrouwen en reserve en afstand tussen de geslachten, zijn zulke gescheiden ruimtes prettig, en meer fundamenteel goede, zuivere ruimtes. Waarschijnlijk is het bestaan van zulke gescheiden kleedhokken de voorwaarde waaronder het voor hen mogelijk is om hun dochters of zonen te laten deelnemen aan de zwemlessen. Zouden ze niet bestaan, dan zouden ze hun kinderen thuis houden en dan zouden die hun zwemdiploma niet halen.

Deze ‘redelijke accommodatie’ wordt gedaan om het makkelijker te maken voor immigranten om ‘mee te doen’ en te integreren in de maatschappij. Dat is wel paradoxaal: je integreert uiteindelijk beter als je je niet volledig hoeft aan te passen!

En dat is ook zo: ik weet zeker dat als deze gescheiden ruimtes hadden bestaan toen ik op de basisschool zat, mijn ouders mij hadden laten doorzwemmen totdat ik een zwemdiploma had behaald en me niet hadden gedwongen om met zwemles te stoppen. Als gevolg waarvan ik nu nog steeds niet kan zwemmen.

De vraag die rijst is: hoe ver ga je met redelijke accommodatie? In de nieuwe VPRO/Canvas documentairereeks ‘Allah in Europa’, waarin Jan Leyers op zoek gaat naar moslims in Europa, zie je dat Frankrijk en Groot-Brittannië een verschillend antwoord op die vraag geven.

Frankrijk moet niets hebben van redelijke accommodatie. Het land wil dat mensen één worden, allemaal Frans citoyen, die de liberté en egalité omarmen. Daarom wordt in Frankrijk een vrouw die met legging, shirt en hoofddoek op het strand ligt te zonnen door de politie gesommeerd een bikini aan te doen. Groot-Brittannië daarentegen gaat, van alle Europese landen, het verst met redelijke accommodatie. Je mag je kleden zoals je wilt en vrouwen wordt toegestaan gezichtssluiers te dragen.

Wat is de beste koers? Het voorbeeld van de kleedhokken maakt duidelijk dat redelijke accommodatie veel verstandiger is. Je krijgt de meeste mensen die meedoen.

Vacature Stagiair Communicatie en Evenement

Start stage: februari
36 uur per week

Over Worldconnectors

Worldconnectors vormt een onafhankelijk intersectoraal netwerk van opinieleiders uit alle geledingen van de maatschappij: politiek, media, overheid, wetenschap, religie, het bedrijfsleven en het maatschappelijke middenveld. Worldconnectors faciliteert innovatieve initiatieven en ontwikkelt sectoroverkoepelende strategieën voor en visies op internationale duurzaamheidsvraagstukken.

Over de werkzaamheden

Als stagiair zal je bezig zijn met de externe communicatie van de Vereniging Worldconnectors. De communicatiewerkzaamheden bestaan onder meer uit het schrijven van artikelen voor de Worldconnectors website en het verspreiden van nieuws via social media. Daarnaast voer je de eindregie over artikelen en blogs van Worldconnectors en spoor je leden aan om content te leveren. Je krijgt de vrijheid de communicatiestrategie naar eigen inzicht mede te vormen.

Tevens ondersteun je de Worldconnectors Coördinator bij het organiseren van evenementen. Je draagt bij aan de inhoudelijke en logistieke voorbereiding en organisatie van bijeenkomsten en denkt mee over nieuwe thema’s en werkvormen waar leden binnen of buiten het netwerk mee aan de slag kunnen.

Wat wij vragen

  • Je bent afgestudeerd of bent ten minste in je derde jaar van een relevante studie op hbo- of wo-niveau (bijv. Communicatie, Internationale Betrekkingen of International Development Studies)
  • Je hebt interesse in de duurzame ontwikkelingsthema’s van Worldconnectors
  • Je hebt aantoonbare affiniteit met communicatie en media
  • Je kunt beknopte en heldere stukken schrijven in het Engels en Nederlands
  • Je bent een organisatietalent
  • Je bent een zeer zelfstandige werker en vindt het leuk om proactief zaken op te pakken

Wat wij bieden

Worldconnectors biedt je een uitdagende stage waarin je kennis opdoet over internationale duurzaamheidvraagstukken en je de kans krijgt om praktijkervaring op te doen binnen een dynamische non-profit vereniging. Daarbij bestaat er veel ruimte voor eigen initiatief. De stagiair ontvangt een vergoeding van €150 per maand. De duur van de stage is flexibel en afhankelijk van de beschikbaarheid van de stagiair.

Ben jij geïnteresseerd om de Vereniging Worldconnectors te komen versterken? Stuur dan uiterlijk 27 november 2017 een motivatiebrief en cv naar [email protected].