Tag Archief van: SDGS

Blog Hugo von Meijenfeldt: Minder globalisering en bedrijfsovernames dankzij circulariteit

Worldconnector Hugo von Meijenfeldt laat in zijn nieuwste blog het gevolg van circulariteit voor globalisering zien.

Deze blog is op 26 mei verschenen op SDG-Nederland.


 

BLOG 36 – Geleidelijk wint de weerstand tegen doorgeslagen globalisering en vijandige bedrijfsovernames aan kracht. Bekende antwoorden als tariefmuren en bedenktijden passeren de revue. Een vernieuwende wind komt uit een verrassende andere hoek: de circulaire economie.

Dit wordt er bedoeld

Met doorgeslagen globalisering wordt gedoeld op de uitwassen die de internationale handel  veroorzaakt. De productie wordt gelegd waar het comparatieve voordeel het grootst is, maar ‘vergeten’ wordt de zogenaamde externalities (sociale en ecologische kosten) in de prijs mee te nemen. Het weglekken van banen in ontwikkelde landen en kinderarbeid en milieurampen in ontwikkelingslanden zijn het gevolg.

Met vijandige bedrijfsovernames wordt bedoeld het opkopen van aandelenpakketten, net meteen daarna afstoten van hele bedrijfsonderdelen, waarbij het voordeel van de gestegen koersen wordt gecasht. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de langere termijn belangen van de overige stakeholders (pensioenfondsen, werknemers, cliënten, etc.).

Tariefmuren en bedenktermijnen

Het is goed bekend wat een eerlijke prijs van producten en wat de brede maatschappelijke waarde van een bedrijf behoren te zijn. Tal van indrukwekkende studies zijn uitgebracht. Het boek Doughnut Economics van Kate Raworth zet het op een originele en toegankelijke manier op een rij voor degenen die hier meer van willen weten. Eén of meer van de betrokken partijen (consumenten, producenten, overheden) moeten zich gaan roeren. Vooralsnog wordt gezocht in klassieke recepten: tariefmuren en bedenktermijnen.

Circulaire economie

De verbetering is uit een heel onverwachte hoek te verwachten, namelijk de implementatie van de SDGs. In het kader van duurzaam consumeren en produceren wordt ingezet op een circulaire economie. Afvalstoffen moeten de plaats innemen van natuurlijke grondstoffen, zodat er een einde komt aan verspilling en uitputting. Daardoor zal er een afname zijn van de export en het verbranden van afval, van het winnen van natuurlijke grondstoffen en van het transporteren van dit alles over de wereld. Bij voedsel geldt een soortgelijk verhaal. Hierdoor zullen de hierboven genoemde scherpe kanten van globalisering afnemen.

Een minder aantrekkelijke prooi

Bedrijven incorporeren steeds meer de SDGs in hun missie, in hun middellange termijn en in hun jaarcijfers, deels verplicht, deels vrijwillig. Hierdoor zijn bedrijven niet zo gemakkelijk meer op te splitsen en tegelde te maken, waardoor ze een minder aantrekkelijke prooi zijn voor korte termijn geldmakers. Dit is al enigszins te merken bij de overnamepogingen van Unilever en AkzoNobel.

Eén van de vele sterke punten van de SDGs is dat zij een complete set bieden om niet alleen de ongunstige (do no harm) als de gunstige neveneffecten (do better) af te wegen. Hoe verhouden in ontwikkelingslanden de verminderde inkomsten uit de verkoop aan de rijke landen zich tot stijgende beschikbaarheid van eigen voedsel, grondstoffen en energie dankzij circulaire economie? Hoe verhouden het banenverlies in de afvalbranche en de grondstofwinning zich tot de banengroei in de innovatie en reparatiebranche?

Dergelijke evenwichtige vragen zullen de overhand gaan krijgen bij nieuwe handelsakkoorden tussen landen, investeringen in en overnames van bedrijven.

 

Zie ook opinieartikel “Toets overnames op maatschappelijke effecten” van Adrian de Groot Ruiz en Dirk Schoenmaker in Volkskrant 24 mei 2017, pag. 25.

Blog Hugo von Meijenfeldt: Opklimmende mix van inspreken, deelnemen en meebeslissen

Worldconnector Hugo von Meijenfeldt blikt vooruit op de rapportage over de Nederlandse implementatie van de SDGs.

Deze blog is op 26 april verschenen op SDG-Nederland.


 

BLOG 35 – De eerste rapportage over de Nederlandse implementatie van de SDGs is in aantocht. De manier waarop deze tot stand komt is een bijzondere mengvorm van hoe de betrokken partijen met elkaar omgaan. In opklimmende volgorde: consultatie, participatie en codecisie. Deze deftige woorden kies ik niet om indruk te maken, maar omdat het internationaal jargon is. Vanuit een grondhouding van partnerschap (SDG 17) en inclusieve rapportage is de samenwerking werkendeweg steeds ambitieuzer geworden en op deze mix uitgekomen.

Geef je mening
Consultatie is een vorm van besluitvorming die we in Nederland sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw kennen. In een procedure vinden gedurende een bepaalde periode inspraak, een hoorzitting en wellicht een enquête of raadpleging plaats. Het doel is betrokkenen gelegenheid te geven hun mening te geven ten bate van goede besluitvorming. In het proces van de SDG-rapportage is niet gevraagd om een reactie op conceptteksten, maar is vooraf een drietal vragen voorgelegd: (1) Wat zijn volgens u de belangrijkste actiepunten waar Nederland veel heeft bereikt en waar moeten we nog aan werken? (2) Wat is uw mening over de manier waarop de SDGs in Nederland worden opgepakt en heeft u suggesties? (3) Hoe draagt u zelf bij aan de implementatie van de SDGs binnen en buiten Nederland? Deze vragen werden uitgezet en de antwoorden verzameld via de koepels van de betrokken partijen, bij bijeenkomsten in Den Haag bij Buitenlandse Zaken en het Museon en online op de website SDG Nederland.

Doe mee
Participatie gaat een stap verder. Er is medezeggenschap en actieve deelname. Het doel is betrokkenen invloed te laten uitoefenen op de besluitvorming. In het proces van de SDG-rapportage verzorgen de betrokken koepels (VNG voor de decentrale overheden, VNO-NCW/MKB-NL/GlobalCompact voor bedrijfsleven en financiële instellingen, Partos voor het maatschappelijk middenveld, NWO-WOTRO voor de kennisinstellingen, NJR voor de jongeren en schrijver dezes voor de Rijksoverheid) ieder hun eigen rapportage, impressie of inventarisatie. Dat is op zich al een vorm van vergaande samenwerking. Uit oogpunt van consistentie en voorkoming van tegenspraak is er over en weer commentaar geleverd en gediscussieerd over elkaars teksten.

Een gezamenlijk verhaal
Codecisie is de meest vergaande vorm. Het gaat om meebeslissen op basis van afspraken, in dit geval een Terms of Reference. Bovengenoemde partijen besloten namelijk om te proberen bovenop hun eigen documenten een gezamenlijk verhaal neer te leggen. Die poging ziet er op dit moment helemaal niet hopeloos uit.

Eind mei resulteert dit proces in de eerste SDG-rapportage van Nederland. Deze versie is gericht aan het parlement ten behoeve van het Verantwoordingsdebat. Intussen krijgt deze rapportage, samen met die van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, een flinke redactieslag om te kunnen dienen als Koninkrijksrapportage aan het High Level Political Forum medio juli in New York. Het brede totstandkomingsproces gaat vast ook blijken uit de samenstelling van de delegatie naar de Verenigde Naties. Het enige smetje is het brodeloos maken van schaduwrapporteurs.

De stad van de toekomst bouw je duurzaam en inclusief

Op 20 april vond op het hoofdkantoor van AkzoNobel de lancering van de Human Cities Coalition plaats. Twintig partners uit het bedrijfsleven, de overheid, academische wereld en maatschappelijke sector werken samen aan duurzame stedelijke ontwikkeling wereldwijd, met één belangrijke focus: de belangen van de sloppenwijkbewoner.

Worldconnector Joline Heusinkveld schreef dit artikel voor SDGNederland.nl.

Wereldwijd trekken er steeds meer mensen van het platteland naar de stad, op zoek naar werk, nieuwe kansen en betere voorzieningen. De helft van alle mensen op de wereld woont op dit moment in een stad en de verwachting is dat dit aantal alleen maar toeneemt. Volgens de Verenigde Naties leeft in 2030 maar liefst 60 procent van de wereldbevolking in steden. Hiermee zal ook het aantal sloppenwijkbewoners de komende decennia drastisch toenemen. Duurzame en inclusieve groei is zonder twijfel de grootste uitdaging van de stad van de toekomst. Maar hoe pak je dat aan? In ieder geval samen, vinden de twintig partners en 150 stakeholders van de Human Cities Coalition.

De uitdagingen van wereldwijde verstedelijking

Achtergrond: De Human Cities Coalition komt voort uit het Human Cities Initiatief van AkzoNobel en bestaat uit 20 partners en 150 stakeholders uit het bedrijfsleven, overheid, academische wereld en maatschappelijke sector. De coalitie richt zich op het verbeteren van de leefomstandigheden in megasteden, in de context van water gerelateerde problematiek, met als doel steden leefbaarder, inclusiever en duurzamer te maken.

Een dag na de lancering tref ik directeur Ronald Lenz in het KIT. Samen met Fleur Henderson is hij verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de coalitie. Nog volop in de nasleep van de festiviteiten van de dag ervoor vertelt hij gepassioneerd over de Human Cities Coalition, de noodzaak en wat de coalitie zo bijzonder maakt. “De snelle wereldwijde verstedelijking brengt een hoop uitdagingen met zich mee, zoals meer en betere infrastructuur, huisvesting en energie- en watervoorziening. Er worden al enorme investeringen gedaan om de stad te laten voortbestaan, denk bijvoorbeeld aan het concept Smart Cities. Maar met dit soort initiatieven wordt er over het algemeen gekeken naar de gemiddelde inwoner en wat hij nodig heeft, terwijl de mensen aan de onderkant van de samenleving vaak de grootste gevolgen ondervinden van verstedelijking”, aldus Lenz.

Inclusief betekent meer dan feedback vragen

“Juist sloppenwijkbewoners hebben te maken met slechte of ontbrekende infrastructuur en huisvesting. Maar kwetsbare gebieden hebben ook sneller last van de gevolgen van klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan overstromingen”, gaat Lenz verder. Ook Ton Büchner, CEO van AkzoNobel stipte het donderdag tijdens de lancering aan in zijn speech: het menselijke aspect moet prioriteit krijgen binnen stedelijke ontwikkelingsvraagstukken.

Het toverwoord van de Human Cities Coalition is dan ook ‘inclusiviteit’. Oftewel, zorg ervoor dat je de belangen van de lokale gemeenschap meeneemt in de stedelijke ontwerpplannen voor een bepaald gebied. “Maar dit gaat verder dan de lokale gemeenschap uithoren, de feedback meenemen en weer terug naar de tekentafel”, benadrukt Lenz. “Het gebeurt zo vaak dat er een masterplan wordt gemaakt door het bedrijfsleven in samenwerking met de overheid en dat ze er bij de uitvoering achter komen dat het plan niet helemaal aansluit op de daadwerkelijke behoefte van de doelgroep. Nee, zorg ervoor dat die lokale bevolking een volwaardige partner wordt in dat ontwerpproces. Van het bepalen van de allereerste behoefte tot de daadwerkelijke uitvoering. En dit geldt ook voor de lokale overheid, het MKB en het grotere bedrijfsleven.”

Versterken wat er al is

De coalitie werkt de komende anderhalf jaar in de steden Manila en Jakarta aan het verbeteren van de leefomstandigheden in sloppenwijken. In Manila, een stad met meer dan 12 miljoen inwoners, richt de coalitie zich op de baai. “We kijken allereerst naar welke cities (deelgemeentes met een eigen bestuur, red.) de meeste problemen hebben met in dit geval overstroming. Maar het is ook heel belangrijk om te weten waar de omstandigheden gunstig zijn: is er overheidssteun voor de ontwikkeling van sloppenwijken? Of zijn er al NGO’s actief op dit gebied? We zetten zelf geen projecten op, maar versterken dat wat er al is, maken dat inclusief en ontwikkelen een nieuw model voor publiek-private financiering”

Een stukje van de puzzel

Zo kwam de coalitie in het geval van Manila uit bij de city Malabon. “Huisvesting, sanitatie, schoon drinkwater en afvalverwerking zijn hier urgente problemen”, gaat Lenz verder. “Maar de gemeenschap is sterk georganiseerd en dat is een voordeel. Vervolgens gaan we in gesprek met de lokale bevolking om erachter te komen waar het zwaartepunt ligt. Is dat sanitatie of juist schoon drinkwater? Dan werken we zes tot acht weken heel specifiek aan die case en kijken we of we het tot een businesscase kunnen uitwerken.”

In zo’n proces neemt iedere partner een stukje van de puzzel voor zijn rekening. “De Nederlandse ambassade heeft daar bijvoorbeeld direct contact met de lokale overheid”, vertelt Lenz. “AkzoNobel opent de deuren naar het grote bedrijfsleven en de Universiteit Utrecht en Slum Dwellers International doen onderzoek naar de behoeften van de lokale bevolking. Iedereen pakt zijn eigen rol en zo krijg je de synergie van één plus één is drie.”

‘A great time to be alive’

Op de vraag of deze coalitie tien jaar geleden ook had kunnen bestaan grinnikt Lenz. “Was het beter geweest als dit initiatief 10 jaar geleden al was gestart? Natuurlijk. Maar het is altijd makkelijk om in de achteruitkijkspiegel te kijken. Door het lanceren van de SDGs en de New Urban Agenda van de VN is de timing voor deze coalitie erg gunstig. Door de SDGs spreken we een gemeenschappelijke taal en hoeven we niet meer te praten over wat er zou kunnen. Ik heb het gevoel dat we nu echt impact kunnen maken want iedereen zit te wachten op actie en implementatie.

Echt waar, it’s a great time to be alive. Ik heb dan ook het volste vertrouwen dat onze coalitie gaat groeien met nog veel meer sterke bedrijven en organisaties. Maar uiteindelijk draait het om de vraag hoe we deze samenwerking gaan verzilveren. Dit is echt een nieuwe Nederlandse aanpak voor stedelijke ontwikkeling en ik hoop dat we die de komende jaren kunnen vastleggen.”

SDG Interview Rolph van der Hoeven: Minder ongelijkheid, meer samenwerking

Wat zijn de hete hangijzers binnen de SDGs? En hoe werken de Worldconnectors zelf aan het behalen van de doelen? Stagiair Ronald Zwarteveen duikt samen met de Worldconnectors in de Sustainable Development Goals. In dit artikel is Rolph van der Hoeven aan het woord. Hoogleraar Werkgelegenheid en Ontwikkelingseconomie (ISS Den Haag) en lid van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV), Commissie Ontwikkelingssamenwerking. Hij vertelt hoe hij werkt aan de doelen 8, 10 en 17 en waar er nog kansen liggen voor deze doelen.


 

 

In 2015 zijn de SDGs geïntroduceerd, hoe zijn deze verbeterd ten opzichte van de vorige MDGs?

Twee punten van de SDGs ten opzichte van de MDGs zijn heel belangrijk. Allereerst de manier waarop ze voorbereid zijn. De MDGs waren voorbereid door het secretariaat van de VN in New York, met beperkte consultatie. De SDGs hebben heel veel consultaties ondergaan. Er is een high-level panel geweest, het VN-systeem heeft zich er echt mee beziggehouden. Er is een hele ronde met consultaties met NGOs geweest, evenals nationale discussies. Het is daarmee erg breed opgezet. En ten tweede, en dat is het belangrijkste: de MDGs hadden alleen doelen gesteld voor ontwikkelingslanden, echt een top down concept. De SDGs zijn voor alle landen, er zijn dus ook doelen gesteld aan de rijke landen. Dit zijn de twee belangrijkste punten. Daarnaast zit er achter de SDGs een bredere conceptie van het ontwikkelingsdenken, de transformatieve ontwikkelingsagenda.

SDG 10 gaat over het reduceren van (inkomens) ongelijkheden, waarom is dit zo belangrijk?

Als je in een harmonieuze samenleving leeft, dan moet je ook de opbrengsten van die samenleving beter verdelen zodat mensen betere kansen hebben. Er is een hele logische verklaring: als je een economie hebt die minder ongelijk is, dan is het ook makkelijker om armoede op te heffen. Als je ongelijkheid hebt dan gaan de grootste resultaten van de groei naar de rijkere groep. Grotere ongelijkheid schept dan economische en sociale problemen. Het is belangrijk dat men daar naar gaat omkijken want de ongelijkheid binnen landen is toegenomen. Tussen landen onderling is de ongelijkheid voor sommige landen wat minder geworden, door snel groeiende economieën, maar toch blijf je nog een grote groep armen houden. Daarom kan je door het terugdringen van de ongelijkheid een deel van de armoede opheffen. Een collega van mij heeft een onderzoek gedaan met als scenario dat wanneer de landen vanaf het begin van de MDGs een politiek hadden gevoerd die ongelijkheid zou tegengaan – een beleid dat ze eens in hun verleden al gevoerd hebben – een derde van de armoede al zou zijn opgeheven.

Als je in een harmonieuze samenleving leeft, dan moet je ook de opbrengsten van die samenleving beter verdelen zodat mensen betere kansen hebben.

U heeft onderzoek gedaan naar SDG 8: het creëren van banen en het stimuleren van economische groei. Wat zijn de belangrijkste lessen die u hieruit heeft geleerd en wilt delen?

De economische groei moet gedreven worden door het creëren van werkgelegenheid. Anders krijg je een economische groei die maar ten goede komt aan een deel van de bevolking en krijg je dus ongelijkheid. Wat belangrijk is, is dat je overheden krijgt die een transformatieve ontwikkelingsagenda voeren. Een overheid die ervoor zorgt dat er industrieën komen en infrastructuur en dergelijke, die als motor trekken aan de groei. In een aantal landen is deze transformatie nog niet gaande. Een groot gedeelte van de bevolking werkt daar  in de landbouwsector en als ze niet in de landbouw werken dan werken ze niet in de industriële sector of in de dienstensector maar in de informele sector. Ze doen dan allerlei kleine activiteiten maar ze kunnen niet echt een doorbraak maken. Als je kijkt naar de ontwikkelingslanden die sterk gegroeid zijn de afgelopen 20-30 jaar: Korea, Taiwan, China, India, bijvoorbeeld, die hebben allemaal een politiek gevoerd waarbij stevig geïnvesteerd is in de industrie, alsook in landhervorming en onderwijs. Op die manier trek je de economie op een hoger groeipad. Maar deze landen moeten dan ook zodra de industrie er is deze producten kunnen exporteren naar het buitenland en niet beperkt worden door importbeperkingen. Daarnaast moet je niet alleen werkgelegenheid op zich creëren, maar ook werkgelegenheid die productief is en daar heb je weer betere scholing voor nodig. Wanneer je dit niet aanbiedt aan de beroepsbevolking, dan kunnen ze ook niet meedoen aan de industriële vernieuwingen.

Rolph van der Hoeven

Waar liggen er nog concrete en uitvoerbare kansen voor het behalen van SDGs 8 en 10?

Voor Afrika waar de transformatie naar bijvoorbeeld meer industrie en een betere infrastructuur nog beperkt heeft plaatsgevonden liggen nog kansen. Daar is behoefte aan op werkgelegenheid gerichte investeringen. Buitenlandse bedrijven moeten de mogelijkheid hebben om te investeren in deze landen en dat die investeringen ook gewaarborgd worden. Er moet een goede coördinatie komen tussen de buitenlandse investeringen aan de ene kant en de rol van de lokale overheden om dat mogelijk te maken.

Maar ook voor reeds geïndustrialiseerde landen liggen er kansen. De macro-economische politiek kan zodanig gevoerd worden dat deze leidt tot meer werkgelegenheid. Het heeft in Nederland na de crisis in 2008 veel te lang geduurd voordat we weer op het oude niveau zaten. We zitten nu eigenlijk pas weer op het economische niveau van 2008. Dat is het gevolg van teveel bezuinigen en te weinig investeren, omdat men bang was dat het begrotingstekort te hoog zou worden. Er had meer aandacht moeten zijn voor het behouden van werkgelegenheid door een andere manier van macro-economische politiek. De Nederlandse economie zit zo geïntegreerd in verschillende geïndustrialiseerde landen dat er meer coördinatie tussen deze landen onderling nodig is. Dat is min of meer op gang gekomen met de G20, waar Nederland net buiten viel, maar dat had veel beter gekund. Nederland had bijvoorbeeld kunnen zeggen: er is een doel voor economische schulden, maar je moet ook een doel hebben voor werkgelegenheid. Je hebt een 3% begrotingsnorm en een 60% schuldennorm en we hadden eigenlijk in Nederland ook een 4-5% werkloosheidsnorm moeten zetten. Dat zou dan de politieke discussie moeten aandrijven.

Doel 17 gaat over het samenwerken van landen en organisaties om duurzame ontwikkeling te kunnen bewerkstelligen, hoe kan dit beter?

Er zijn een aantal trends aan de gang waarbij landen als Amerika maar ook Nederland zeggen: we hebben al die internationale organisaties niet meer nodig, we kunnen het zelf wel. Zo ziet de wereld er niet meer uit. Je kan niet meer terug naar een systeem van nationalisme, je moet dus op al die verschillende manieren samenwerken. Nationaal gezien heb je een systeem waarbij als de ene partij bijvoorbeeld naar een inflatie van 1% wil toewerken, er een politieke discussie op gang komt met de vraag of dit het juiste beleid is. Internationaal gezien heb je dit niet. Er zijn wel veel organisaties zoals de Wereldbank of het IMF die vanuit hun eigen belang allerlei doelen voor ogen hebben, maar er is hiertussen en tussen meer sociale internationale organisaties nog te weinig internationale coherentie. Het idee van doel 17 is dat die coherentie beter wordt. Daarnaast moet ook de accountability beter, dus dat landen niet alleen iets ondertekenen maar dat ze er ook voor gaan. Hier liggen ook kansen voor politieke partijen en NGOs om deze doelen levendig te houden en het debat aan te jagen.

Stel dat u een doel of een target zou mogen toevoegen aan de SDGs, welke zou dat zijn?

Het zijn er eigenlijk al teveel, maar de target voor de inkomensongelijkheid is wel wat zwak. Dat zou sterker kunnen en dat hebben we met zo’n 90 academici ook aan de VN geschreven in het voorbereidingsproces van de SDGs.

Hoe ziet u 2030 voor u in 1 woord?

Onzeker.

Blog Hugo von Meijenfeldt: De doelen dichterbij dankzij paaseieren?

Worldconnector Hugo von Meijenfeldt legt de link tussen paaseieren en de SDGs.

Deze blog is op 19 april verschenen op SDG-Nederland.


 

Vorig en afgelopen weekend passeerde een bekend maar toch vreemd liedje regelmatig de revue. “Eén ei is geen ei, twee ei is een half ei, drie ei is een paasei.” Het is niet zomaar een versje, het heeft een diepere betekenis, bijvoorbeeld voor de mens: één ei is niets, ieder mens heeft een ander nodig; twee ei is pas de helft, het zintuiglijke en lichamelijke deel van de mens; drie ei is de drie-eenheid van lichaam, ziel en geest.

De drie P’s
Het zal wel beroepsdeformatie zijn, maar het liedje blijft bij mij hangen omdat ik aan de drie P’s (people, planet, profit, red.) moet denken. Economische groei alleen is niets, met goede arbeidsomstandigheden zijn we pas halverwege en als daarbij de grenzen van de aarde in acht worden genomen zijn we er echt: duurzame ontwikkeling.

Er zijn zelfs twee bonus P’s, zonder welke de 17 doelen niet te halen zijn: peace en partnership. Op feestdagen klinken oproepen tot vrede, gerechtigheid en samenwerking. SDGs 16 en 17 gelden niet alleen op feestdagen, maar met name ook op werkdagen. Nederland kan trots zijn op de hier behaalde resultaten, maar dan moeten we alert zijn dat het minimaal zo blijft en elders actiever worden. Bijvoorbeeld met convenanten tussen verschillende sectoren met grensoverschrijdende effecten, zoals het recentelijke convenant voor een eerlijkere en duurzamere kleding- en textielsector.

Een eeuwenoud gebruik
De volkswijsheid luidt dat het verstoppen van eieren een tienduizenden jaren oud gebruik is, net als het aansteken van vuren om (de geesten van) het oude seizoen uit te bannen. Eieren zouden in het ontkiemende nieuwe lenteseizoen een vruchtbaarheidssymbool zijn voor de eerste oogst. Met alle respect voor de religieuze koppelingen heb ik er geen probleem mee de duurzame ontwikkelingsdoelen en subdoelen als even zo vele paaseieren te zien, levenskrachtig beschilderd met de iconen van de VN. Ze zijn allemaal gevonden en voor ons land zijn ze opgemeten door het CBS.

De SDG-rapportage die over een maand gaat verschijnen zal laten zien in hoeverre deze de doelen voor 2030 dichterbij gaat brengen. Het is dan aan een nieuw kabinet de juiste uit te broeden.

Kinderprijsvraag over VN-Werelddoelen

Na de succesvolle campagne 17doelendiejedeelt.nl lanceert Worldconnector Anne-Marie Rakhorst de ‘17 doelen prijsvraag’. Het is wereldwijd de allereerste kinderprijsvraag gericht op de Werelddoelen van de Verenigde Naties. De prijsvraag daagt kinderen (van 6 t/m 17 jaar) uit om oplossingen aan te dragen voor een eerlijke, schone en veilige wereld in 2030.

Kinderen van nu, leiders van de toekomst
Om de VN-Werelddoelen meer bekendheid te geven, lanceerde AnneMarie Rakhorst vorig jaar de campagne ’17 doelen die je deelt.nl’. Een brede publiekscampagne waarin zeventien kinderen in één minuut durende videoportretten hun visie op de wereld van 2030 delen. De ‘17 doelen prijsvraag’ is een vervolg op deze campagne en nodigt alle Nederlandse kinderen uit om hun oplossingen te delen voor het behalen van de Werelddoelen.

Initiatiefnemer Anne-Marie Rakhorst:

Kinderen kijken met een open blik naar de wereld en komen vaak met oplossingen waar wij als volwassenen nog niet aan gedacht hadden. Met de prijsvraag wil ik deze kleine, grote denkers een stem geven. Het gaat immers om hun toekomst!”

Jury met duurzame koplopers
De inzendingen van de ‘17 doelen prijsvraag’ zullen worden beoordeeld door een vakkundige jury, met daarin koplopers die zelf ook een bijdrage leveren aan het behalen van de Werelddoelen. Uit alle inzendingen selecteert de jury drie ideeën die met professionele begeleiding worden ontwikkeld.

De jury bestaat o.a. uit:

  • Chahrazad Bouhtat (13 jaar) (Hoofdrolspeler campagne ‘17 doelen die je deelt’)
  • Maurits Groen (oprichter WakaWaka en nr. 1 Duurzame top-100 in 2015)
  • Loes Wormmeester (Eindredacteur Het Klokhuis)
  • Hugo von Meijenfeldt (Coördinator Werelddoelen namens het ministerie van Buitenlandse Zaken)
  • Ama van Dantzig (Oprichter Dr. Monk)
  • Jan van Betten (Oprichter Nudge)
  • Anne-Marie Rakhorst (Initiatiefnemer ‘17 doelen die je deelt’ en de ‘17 doelen prijsvraag’)

Kehkashan Basu en Frank Elderson
Op 1 juni, de Internationale Dag van het Kind, worden de winnaars van de ‘17 doelen prijsvraag’ bekendgemaakt. In het NEMO Science Museum vindt die middag een programma plaats, geheel in het teken van kinderen en de Werelddoelen. De winnares van de Internationale Kindervredesprijs, Kehkashan Basu, komt speciaal naar Nederland om te vertellen hoe zij zich met haar organisatie Green Hope inzet om de aarde schoner achter te laten. Frank Elderson, directeur van De Nederlandsche Bank, deelt zijn visie op de rol van geld bij het behalen van de Werelddoelen. Eregasten van de middag zijn de 17 kinderen uit de ‘17 doelen die je deelt’-campagne. Zij zullen die dag een speciale rol vervullen, waarover in een later stadium meer bekend wordt gemaakt.

Meedoen?
Maak een filmpje van maximaal 2 minuten waarin je vertelt wat jouw idee is én wat je nodig hebt om het te kunnen uitvoeren. Stuur je filmpje in via 17doelendiejedeelt.nl/prijsvraag.

Blog Hugo von Meijenfeldt: Partituur voor een klinkende uitvoering

Worldconnector Hugo G. von Meijenfeldt, coördinator implementatie Global Goals bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, maakt een vergelijking tussen de muziek en het werken aan de SDGs.

Deze blog verscheen op 25 februari op SDGNederland.

Het is niet de eerste keer dat ik een uitstapje naar de muziek maak om het werken aan de SDGs te verduidelijken. Behoudens de singer-songwriter die nooit optreedt is bij muziek onderscheid te maken tussen de bedenker, de uitvoerder en het toehoorder. Behoudens geïmproviseerde muziek en soli is muziek vooraf gecomponeerd, soms eeuwen geleden. De musicus zit hoog op een podium onder het felle voetlicht. Het publiek zit op afstand in een grote zaal of dankzij multimedia zelfs helemaal thuis.

Een collectief proces
Zo lijkt het bij de SDGs ook toe te gaan. De doelen, subdoelen en indicatoren zijn door de VN gecomponeerd. De uitvoering ligt bij de lidstaten. En de burgers worden er enthousiast van of niet. Maar zo is het absoluut niet. De compositie van de SDGs is een collectief proces geweest van heel veel betrokkenen. De implementatie van de SDGs is eveneens een collectief proces, waarin alle betrokkenen hun rol hebben. Er is zelfs geen publiek, ook de burger doet mee aan de implementatie.

Nu het tijd is om hierover na een jaar te rapporteren dient de vergelijking met een partituur voor een groot orkest zich aan. In zo’n partituur wordt niet elk instrument maar groepen instrumenten genoteerd, bijvoorbeeld koperblazers, tweede violisten, slagwerkers. Zo wordt bij de SDG-rapportage ook met groepen belanghebbenden gewerkt. Naast de rijksoverheid zijn dat de lokale overheden, de bedrijven, de maatschappelijke groepen, de kennisinstellingen en de jongeren.

Als muziek in de oren
In de partituur zijn er bepaalde maten die het orkest bijna unisono speelt, waaraan men het muziekstuk herkent; bij de andere maten zijn er verschillende partijen, meestal harmonieus, soms dissonant, maar nooit vals of uit het ritme. Zo wordt bij de SDG-rapportage ook gewerkt met een algemeen deel waarin consensus heerst en bijzondere delen waar iedere groep zijn accenten geeft.

Als de SDG-rapportage op deze manier bij alle betrokkenen als muziek in de oren klinkt kunnen we tevreden zijn. Dan gaan we trots naar het High Level Political Forum medio juli, als waren wij genomineerd voor de World Music Awards.

Blog Hugo von Meijenfeldt: Duurzaam populisme

Worldconnector Hugo G. von Meijenfeldt, coördinator implementatie Global Goals bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, praat over de bekendheid van de SDGs onder de Nederlandse bevolking.

Deze blog verscheen op 3 februari op SDGNederland.

Regeringsleiders van alle gezindten hebben zich achter de SDGs geschaard. Kennelijk zijn ze niet links of rechts. Bedrijven, burgergroepen en lokale overheden hebben er aan meegeschreven. Kennelijk zijn de SDGs niet elitair. Waarom zijn de SDGs dan niet bij het grote publiek bekend? Dit leidt tot de prikkelende gedachte of er niet wat meer populisme mee moet worden bedreven.

Wakker schudden
Duurzaam populisme is geen contradictio in terminis. Overeenkomsten vallen meteen op. Ten eerste, populisme wordt vaak gedefinieerd als het wakker schudden en zelfs omver werpen van heersende gewoonten. Welnu, de SDGs richten zich op een transitie naar een andere samenleving, waarin sectoren die onvoldoende veerkracht tonen het onderspit gaan delven. Ten tweede, populisten komen op voor mensen die zich buitengesloten voelen. Laten de SDGs nou als overkoepelend thema hebben leave no-one behind.

Een positieve boodschap over de toekomst
Het instrument bij uitstek om brede lagen van de bevolking voor duurzame ontwikkeling te winnen – naast regelgeving en prijsprikkels  – is communicatie. Uit veel enquêtes blijkt dat mensen snakken naar een verhaal (narrative, zoals de Britten zeggen) met een positieve boodschap over de toekomst. Als de SDGs dat niet doen, wat dan eigenlijk nog wel?

De kiezer aan het roer
De ingrediënten van dat positieve verhaal moeten de Nederlanders toch aanspreken. Over 15 jaar leeft de helft minder onder de armoedegrens en hoeft niet meer naar de voedselbank. Slechte toegang tot medische voorzieningen en goed onderwijs is ook gehalveerd, net als de structurele werkloosheid. Ook de buurten waar lawaai, vervuiling en rechteloosheid de boventoon voeren zijn met 50 procent afgenomen. Doordat de economie half circulair zal zijn, geldt hetzelfde voor inkomensverschillen, grondstoffenuitputting, uitstoot van broeikasgassen en fijnstof en onze voetafdruk in de wereld.

Dit positieve verhaal strekt zich uit over meer dan drie verkiezingen. Maar als het aankomt op keuzen in de rol en instrumenten van de overheid moet de politiek en binnenkort dus de kiezer wel aan het roer zitten. Hopelijk gaat het positieve verhaal ergens in de campagnes doorklinken.